Rechtbank Den Haag oordeelt dat een correctie voor een mindere ligging in een voorgaand belastingjaar geen rol speelt bij de WOZ-waardering voor een nieuw belastingjaar.

X is eigenaar van een woning. In belastingjaar 2021 past de heffingsambtenaar een correctie toe van € 127.493 vanwege de mindere ligging. X vindt dat de correctie ook voor belastingjaar 2022 moet worden toegepast. De heffingsambtenaar verklaart dat er een rekenfout is gemaakt waardoor de WOZ-waarde van € 888.000 moet worden verlaagd naar € 880.000. Vanwege de mindere ligging is een vlokcode van ‘1’ gehanteerd. Daarnaast blijkt uit de matrix dat al een extra correctie is toegepast van € 42.491. De totale correctie voor belastingjaar 2022 komt daarmee uit op € 83.861.

Rechtbank Den Haag oordeelt dat de heffingsambtenaar ieder jaar opnieuw de WOZ-waarde moet vaststellen. De correctie in verband met mindere ligging van een voorgaand belastingjaar is derhalve niet relevant. De heffingsambtenaar houdt voldoende rekening met de mindere ligging door een vlokcode van ‘1’ toe te passen en een extra correctie van € 42.491. Aangezien de heffingsambtenaar erkent dat de waarde € 880.000 moet zijn in plaats van € 888.000 is het beroep gegrond. De waarde wordt als zodanig verlaagd.

[Bron Uitspraak]

Wetsartikelen:

Wet waardering onroerende zaken 17

Instantie: Rechtbank Den Haag

Rubriek: Waardering onroerende zaken

Editie: 14 november

Informatiesoort: VN Vandaag

158

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen