De Kennisgroep inkomstenbelasting niet-winst verschaft duidelijkheid over een aantal aspecten van het restant persoonsgebonden aftrek van art. 6.2a Wet IB 2001 (hierna: restant). De kennisgroep is van mening dat een restant alleen vervalt bij een definitief einde van de belastingplicht (dus bij overlijden). Inspecteurs kunnen een restant alleen verrekenen als inkomen is vastgesteld door middel van een (navorderings)aanslag.

In een voorgelegde casus is bij beschikking over het jaar 2014 een restant persoonsgebonden aftrek vastgesteld van € 90.000. X doet aangifte IB/PVV 2015 en verrekent een deel van het restant uit 2014. Bij beschikking wordt het restant door de inspecteur vastgesteld op € 70.000 bedraagt. Over de jaren 2016 tot en met 2021 doet X geen aangifte en legt de inspecteur ook geen aanslagen op. X verrekent in zijn aangifte IB/PVV 2022 het restant van € 70.000.

De kennisgroep is gevraagd of de inspecteur het restant kan verrekenen met de inkomens over de jaren 2016 tot en met 2021. Dit is volgens de kennisgroep alleen mogelijk indien het inkomen in deze jaren is vastgesteld door middel van een (navorderings)aanslag. Tegelijk met de (navorderings)aanslag moet een beschikking art. 6.2a Wet IB 2001 worden afgegeven.

Wetsartikelen:

Wet inkomstenbelasting 2001 9.4

Algemene wet inzake rijksbelastingen 11

Algemene wet inzake rijksbelastingen 16

Wet inkomstenbelasting 2001 6.1

Wet inkomstenbelasting 2001 6.2a

[Nieuwsbron]

Rubriek: Inkomstenbelasting, Fiscaal bestuurs(proces)recht

Regelgevende instantie: Belastingdienst

Editie: 14 november

Informatiesoort: VN Vandaag

220

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen