Hof Arnhem-Leeuwarden beslist dat de statutaire doelomschrijving voldoet om als ANBI te worden aangemerkt, maar niet is voldaan aan de zogenoemde anti-oppot- en winstoogmerkeis. X houdt méér vermogen aan dan redelijkerwijs nodig is voor de continuïteit van de voorziene werkzaamheden. De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie zonder nadere motivering ongegrond (art. 81 lid 1 Wet RO).

X beschikt sinds 1 januari 2008 over de ANBI-status. Op 23 juli 2013 stelt de Belastingdienst een ANBI-onderzoek in bij X. Bij beschikking van 1 januari 2017 trekt de inspecteur de ANBI-status met terugwerkende kracht tot en met 1 januari 2010 in. In geschil is onder meer of de inspecteur terecht de ANBI-status van X met terugwerkende kracht heeft ingetrokken.

Hof Arnhem-Leeuwarden (V-N 2023/3.1.2) beslist in navolging van de rechtbank dat de statutaire doelomschrijving van X voldoet om als ANBI te worden aangemerkt, maar niet is voldaan aan de zogenoemde anti-oppot- en winstoogmerkeis. X houdt méér vermogen aan dan redelijkerwijs nodig is voor de continuïteit van de voorziene werkzaamheden ten behoeve van de doelstelling van de instelling. De betekenis van “voorziene werkzaamheden” is tweeledig. De instelling moet vermogensvorming motiveren aan de hand van voorgenomen activiteiten en deze activiteiten moeten binnen afzienbare tijd plaatsvinden. X' hoger beroep is ongegrond. De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie zonder nadere motivering ongegrond (art. 81 lid 1 Wet RO).

[Bron Uitspraak]

Wetsartikelen:

Uitvoeringsregeling Algemene wet inzake rijksbelastingen 1994 1a

Uitvoeringsregeling Algemene wet inzake rijksbelastingen 1994 1b

Algemene wet inzake rijksbelastingen 5b

Instantie: Hoge Raad

Rubriek: Fiscaal bestuurs(proces)recht

Editie: 14 november

Informatiesoort: VN Vandaag

469

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen