Rechtbank Zeeland-West-Brabant oordeelt dat X een verkeerd e-mailadres heeft gebruikt om de motivering van zijn bezwaar aan de Belastingdienst te versturen. Dit komt voor risico van X. Het bezwaar is terecht niet ontvankelijk verklaard. Doordat de inspecteur de indruk wekt dat beroep tegen een tweede uitspraak op bezwaar mogelijk is, moet hij aan X een proceskostenvergoeding betalen en griffierecht vergoeden.

X maakt bezwaar tegen een aanslag IB/PVV 2017. Op zowel 3 februari 2021 als 30 september 2021 verklaart de inspecteur het bezwaar niet-ontvankelijk, waarna X in beroep gaat.

Rechtbank Zeeland-West-Brabant oordeelt dat X een verkeerd e-mailadres heeft gebruikt om de motivering van zijn bezwaar aan de Belastingdienst te versturen. De onjuiste adressering van de e-mail komt voor risico van X. Hij heeft, ook nadat hij door de inspecteur in de gelegenheid is gesteld het motiveringsverzuim te herstellen, zijn bezwaar niet gemotiveerd. De inspecteur heeft het bezwaar dus terecht niet-ontvankelijk verklaard. Het beroep van X is ongegrond. Het beroep tegen de tweede uitspraak op bezwaar van de inspecteur is niet-ontvankelijk omdat een dergelijke tweede uitspraak op bezwaar niet mogelijk is (V-N 2012/7.8). Doordat de inspecteur de indruk wekt dat beroep tegen een tweede uitspraak op bezwaar mogelijk is, moet hij aan X een proceskostenvergoeding betalen en griffierecht vergoeden.

[Bron Uitspraak]

Wetsartikelen:

Algemene wet bestuursrecht 6:6

Algemene wet bestuursrecht 6:5

Instantie: Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Rubriek: Fiscaal bestuurs(proces)recht

Editie: 14 november

Informatiesoort: VN Vandaag

525

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen