Het rapport onderzoekt hoe de DAC7‑richtlijn – die digitale platformen verplicht om gegevens over verkopers en inkomsten te rapporteren aan de Belastingdienst – in de praktijk wordt ervaren door platformen, particuliere verkopers en bedrijven. De richtlijn is vanaf 1 januari 2023 van kracht. Het zijn vooral de kleinere platformen die moeite hebben met de uitvoering en zich soms niet herkennen als ‘platform’. Maar ook aanbieders op platformen ervaren problemen. Een aanzienlijk deel van de particuliere verkopers vindt de richtlijn onduidelijk en lastig toe te passen. Daarnaast bestaan zorgen over privacy en beschikken particuliere verkopers en bedrijven niet altijd over een goed overzicht van transactiegegevens.
Het rapport signaleert bovendien onbedoelde effecten. Kleinere platformen geven aan dat zij overwegen hun activiteiten aan te passen of af te bouwen om onder DAC7 uit te komen, bijvoorbeeld door activiteiten te verplaatsen naar markten buiten de EU. Verschillen in interpretatie en uitvoering van DAC7 tussen landen kunnen leiden tot marktverstoringen en een ongelijk speelveld. Platformen uit andere EU-landen kunnen soms buiten DAC7 vallen, terwijl Nederlandse platformen wel moeten rapporteren en kosten moeten maken. Ook aanbieders op platformen passen hun gedrag aan door hun verkoopactiviteiten te verplaatsen naar een ander platform in Nederland, de EU of buiten de EU. Bij particuliere verkopers neemt het vertrouwen in de Belastingdienst af en ontstaat irritatie of onzekerheid.
Wetingang:
Wet op de internationale bijstandsverlening bij de heffing van belastingen artikel 10I
Wet op de internationale bijstandsverlening bij de heffing van belastingen artikel 10J
Rubriek: Fiscaal bestuurs(proces)recht, Europees belastingrecht
Regelgevende instantie: Ministerie van Financiën
Editie: 21 mei
Informatiesoort: VN Vandaag