Het Gerecht oordeelt dat het in strijd is met het EU-recht dat Duitsland geen rekening houdt met de goede trouw van de wederverkoper met betrekking tot de naleving van de voorwaarden voor toepassing van de winstmargeregeling door zijn leverancier.

X-GmbH is actief in de detail- en groothandel van sieraden en horloges en past de winstmargeregeling toe. Bij een controle stelt de Duitse Belastingdienst vast dat X de winstmargeregeling ten onrechte heeft toegepast op nieuwe horloges. Volgens de Duitse rechter (Finanzgericht) mochten de leveranciers van de horloges de winstmargeregeling niet toepassen. Of X mocht vertrouwen op de verklaringen van de leveranciers is volgens deze rechter niet relevant in het kader van de BTW-procedure. Verder is deze rechter van mening dat de winstmargeregeling niet voorziet in de bescherming van de goede trouw van de belastingplichtige bij het onderzoek of aan de voorwaarden van de winstmargeregeling is voldaan, zodat het gewettigd vertrouwen alleen kan worden beschermd op grond van een billijkheidsprocedure. Het Bundesfinanzhof betwijfelt echter of deze praktijk verenigbaar is met het EU-recht en stelt daarom een prejudiciële vraag in deze zaak.

Het Gerecht oordeelt dat het in strijd is met het EU-recht dat Duitsland geen rekening houdt met de goede trouw van de wederverkoper met betrekking tot de naleving van de voorwaarden voor toepassing van de winstmargeregeling door zijn leverancier. Duitsland houdt ten onrechte alleen maar rekening met die goede trouw in het kader van een afzonderlijke procedure waarin de Belastingdienst de door de wederverkoper aangevoerde billijkheidsgronden onderzoekt, zijn beoordelingsbevoegdheid uitoefent en een afzonderlijk bestuurlijk besluit vaststelt. Het Gerecht overweegt daarbij dat de Duitse praktijk de uitoefening van het recht om de winstmargeregeling toe te passen voor de betrokken belastingplichtige uiterst moeilijk kan maken.

[Bron Uitspraak]

Wetingang:

Richtlijn 2006/112/EG van de Raad betreffende het gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde artikel 314

Instantie: Gerecht van de Europese Unie

Rubriek: Europees belastingrecht, Omzetbelasting, Fiscaal bestuurs(proces)recht

Editie: 16 oktober

Informatiesoort: VN Vandaag

11

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen