Twee van de drie onderzochte beleidsopties tegen grondslaguitholling met excessief gefinancierd verhuurd vastgoed zijn niet mogelijk als het Europese Omnibusvoorstel in de huidige vorm wordt aangenomen. Ook de inpasbaarheid van de derde optie is nog onzeker. Dat schrijft staatssecretaris Eerenberg van Financiën aan de Tweede Kamer.

Om grondslaguitholling met excessief gefinancierd verhuurd vastgoed tegen te gaan, zijn drie beleidsopties onderzocht. Optie 1 houdt in dat belastingplichtigen die hoofdzakelijk deel uitmaken van een concern de drempel van € 1 miljoen in de earningsstrippingmaatregel niet mogen toepassen. Optie 2 verlaagt de drempel naar € 200.000 voor bepaalde vastgoedlichamen die mede zijn gefinancierd met leningen van verbonden partijen. Optie 3 sluit de renteaftrek op leningen van verbonden partijen voor de aankoop of het aanhouden van aan derden verhuurd vastgoed in beginsel uit, met een tegenbewijsmogelijkheid.

Als het Europese Omnibusvoorstel in de huidige vorm wordt aangenomen, zijn de eerste twee opties niet mogelijk. Het voorstel schrijft een verplichte drempel van uiteindelijk € 3 miljoen voor en laat geen ruimte om deze voor bepaalde concernvennootschappen buiten toepassing te laten of voor bepaalde vastgoedlichamen te verlagen naar € 200.000. Ook de inpasbaarheid van optie 3 is onzeker. Het Omnibusvoorstel bepaalt namelijk dat lidstaten geen flankerende maatregelen mogen invoeren of behouden die raken aan de earningsstrippingmaatregel. Nog moet worden verduidelijkt of en in hoeverre dit verbod aan optie 3 in de weg staat.

[Nieuwsbron] [Nieuwsbron] [Nieuwsbron]

Rubriek: Europees belastingrecht, Vennootschapsbelasting

Regelgevende instantie: Ministerie van Financiën

Editie: 16 oktober

Informatiesoort: VN Vandaag

9

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen