Advocaat-generaal Kokott concludeert dat de Poolse exitheffing in strijd is met het EU-recht voor zover latente waardevermeerderingen van vermogensbestanddelen die in het buitenland zijn ontstaan in een tijdvak waarin AR nog geen fiscaal inwoner van Polen was, worden belast.

AR [Gena] verblijft sinds augustus 2022 in Polen en werkt daar voor een Poolse onderneming. Hij is van plan om in 2028 te emigreren naar Duitsland. Voor zijn komst naar Polen beschikt AR al over een aanzienlijk vermogen, dat onder andere bestaat uit aandelen. In 2024 verzoekt AR de Poolse Belastingdienst om een ruling af te geven over een mogelijke exitheffing over zijn vermogensbestanddelen ten tijde van zijn geplande verhuizing van Polen naar Duitsland. De Poolse fiscus antwoordt dat alle door AR verworven vermogensbestanddelen onder de Poolse exitheffing vallen en dat dat ook geldt voor bestanddelen die dateren van vóór de verhuizing naar Polen. AR acht een en ander in strijd met het EU-recht. De Poolse rechter stelt prejudiciële vragen in deze zaak.

Advocaat-generaal Kokott concludeert dat de Poolse exitheffing in strijd is met het EU-recht voor zover latente waardevermeerderingen van vermogensbestanddelen die in het buitenland zijn ontstaan in een tijdvak waarin AR nog geen fiscaal inwoner van Polen was, worden belast. Daarnaast is het ook in strijd met het EU-recht dat bij de exitheffing alleen rekening wordt gehouden met latente waardevermeerderingen en niet met latente waardeverminderingen. Wel is het geoorloofd dat de betaling van de exitheffing op verzoek aldus kan worden uitgesteld dat zij geheel of gedeeltelijk in termijnen wordt voldaan over een periode van niet meer dan vijf jaar, zonder dat moet worden gewacht totdat de betrokken vermogensbestanddelen daadwerkelijk worden vervreemd.

Wetingang:

Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie artikel 45

Rubriek: Europees belastingrecht

Editie: 16 oktober

Informatiesoort: VN Vandaag

17

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen