X BV handelt in springpaarden. In 2016 verkoopt X een paard aan een manege in de VS. In verband met deze verkoop, reikt X op 18 juli 2016 een factuur uit met toepassing van het nultarief. Volgens de wedstrijdgegevens van de Fédération Équestre Internationale (FEI) rijdt één van de eigenaren van de manege in de periode tussen 29 september 2016 en 21 oktober 2016 met het paard acht wedstrijden in de EU. In het medisch rapport van Wageningen University & Research staat één van de andere eigenaren genoemd als eigenaar van het paard. Op 17 november 2016 voert X BV het paard uit naar de VS. Op het uitvoergeleidedocument is X BV vermeld als afzender. X BV, de afnemer en de heer Y hebben op 18 november 2021 een schriftelijke verklaring afgelegd, waaruit blijkt dat de heer Y heeft bemiddeld bij de aan- en verkoop van het paard. Bovendien blijkt uit de schriftelijke verklaring dat als ontbindende en opschortende voorwaarde voor de levering en uitvoer van het paard is overeengekomen dat het paard nog enige tijd in Nederland of Europa zou blijven om, onder toezicht van de heer Y, te beproeven of er een geschikte en werkbare match is tussen ruiter en paard. Deze beproeving vond plaats door middel van training en deelname aan concours in Europa. In geschil is of X BV bij de verkoop van het paard aan de manege in de VS terecht het nultarief heeft toegepast.
Hof ‘s Hertogenbosch oordeelt dat X BV bij de verkoop van het paard aan een manege in de VS terecht het nultarief heeft toegepast. Enig tussentijds gebruik van het paard door de afnemer staat toepassing van het nultarief niet in de weg. Uit HvJ 19 december 2013, C-563/12 (BDV Hungary Trading) ECLI:EU:C:2013:854, V-N 2014/11.19 volgt dat het gebruik van het paard, op een wijze die niet uitstijgt boven hetgeen nodig of gebruikelijk is om het in de conditie te houden die het had bij de aanschaf, niet in de weg staat aan het nultarief. Bij een wedstrijdpaard kan het deelnemen aan wedstrijden kwalificeren als een dergelijk gebruik. De deelname aan wedstrijden vanaf de levering tot het moment van uitvoer draagt juist bij aan het in conditie houden van het paard. Het kenmerk van een wedstrijdpaard is dat het deelneemt aan wedstrijden. Ook is niet gesteld of gebleken dat sprake is van fraude, belastingontwijking of misbruik. Het hoger beroep van X BV is gegrond.
Wetingang:
Wet op de omzetbelasting 1968 artikel 3
Wet op de omzetbelasting 1968 artikel 9
Wet op de omzetbelasting 1968 artikel 12
Instantie: Hof 's-Hertogenbosch
Rubriek: Omzetbelasting
Editie: 16 oktober
Informatiesoort: VN Vandaag