Hof Amsterdam oordeelt dat het ingediende nadere stuk tardief door is vanwege overschrijding van de tiendagentermijn. De tardiefverklaring van het nadere stuk betreft een procesbeslissing en is geen grond voor wraking.

De heffingsambtenaar stelt voor vijf objecten WOZ-waarden vast voor het kalenderjaar 2021. X BV maakt bezwaar; de heffingsambtenaar verklaart dit ongegrond. Bij de Rechtbank Amsterdam verklaart X BV zich akkoord met de WOZ-waarden en trekt de beroepen in; alleen het verzoek om immateriële schadevergoeding resteert. De rechtbank kent deze toe. X BV stelt hoger beroep in. Het Hof deelt de gemachtigde bij brief mee dat op maximaal vier momenten stukken mogen worden ingediend, wegens stelselmatige overbelasting van de griffie in strijd met een goede procesorde. De gemachtigde dient, naar aanleiding van een door hem geconstateerde storing op 11 september 2026 op rechtspraak.nl, op 12 september 2026 een nader stuk in, negen dagen voor de zitting van 22 september 2026. In geschil is onder andere of het nader stuk tijdig is ingediend, en of het wrakingsverzoek aan de wrakingskamer moet worden voorgelegd.

Hof Amsterdam oordeelt dat het nader stuk tardief is, omdat op 12 september 2026 geen tien volle dagen resteren voor de zitting en de gemachtigde geen goede reden geeft voor de te late indiening. Daarbij constateert het hof dat op de avond van 11 september 2026 geen storing heeft plaatsgevonden op mijn.rechtspraak.nl. Het wrakingsverzoek legt het hof niet voor aan de wrakingskamer, omdat de gemachtigde uitsluitend een procesbeslissing als grond aanvoert en geen gronden aandraagt waaruit (schijn van) vooringenomenheid kan volgen. Het hoger beroep van X BV is ongegrond nu de gemachtigde geen gerichte grieven tegen de uitspraak van de rechtbank aanvoert.

[Bron Uitspraak]

Wetingang:

Algemene wet bestuursrecht artikel 8.58

Instantie: Hof Amsterdam

Rubriek: Fiscaal bestuurs(proces)recht

Editie: 16 oktober

Informatiesoort: VN Vandaag

8

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen