Hof ’s-Hertogenbosch oordeelt dat X geen recht heeft op hogere aftrek van specifieke zorgkosten 2018 en 2019 omdat zij de gestelde uitgaven niet aannemelijk maakt. De selectie van haar aangiften volgt uit eerdere zorgkostencorrecties en niet uit de FSV-registratie. De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk, omdat het duidelijk niet kan slagen (art. 80a lid 1 Wet RO).

X ontvangt een schadevergoeding van € 750 in verband met haar opname in het Fraude Signalering Voorzieningen (FSV) systeem van 2010 tot en met 2012. Per brief zegt de inspecteur het opgewekte vertrouwen voor specifieke zorgkosten voor de aangiften IB/PVV over 2014 en 2015 op met ingang van 2017. X doet handmatig aangifte IB/PVV 2018 en 2019 met een belastbaar inkomen uit werk en woning van nihil, inkomsten uit vroegere dienstbetrekking rond € 15.000 en hoge uitgaven voor specifieke zorgkosten voor haar gezondheidsproblemen en restant persoonsgebonden aftrek. De inspecteur corrigeert de specifieke zorgkosten voor de aanslagen 2018 en 2019. In hoger beroep is onder meer in geschil of X recht heeft op hogere aftrek van specifieke zorgkosten 2018 en 2019.

Hof ’s-Hertogenbosch (V-N Vandaag 2026/815) oordeelt dat X geen recht heeft op hogere aftrek van specifieke zorgkosten 2018 en 2019 omdat zij de gestelde uitgaven niet aannemelijk maakt. X onderbouwt de diverse kosten onvoldoende, intern tegenstrijdig of helemaal niet. De selectie van X’ aangiften volgt uit eerdere zorgkostencorrecties en niet uit de FSV-registratie. X' hoger beroep is ongegrond. De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk, omdat het duidelijk niet kan slagen (art. 80a lid 1 Wet RO).

[Bron Uitspraak]

Wetingang:

Wet inkomstenbelasting 2001 artikel 6.17

Uitvoeringsregeling inkomstenbelasting 2001 artikel 37

Instantie: Hoge Raad

Rubriek: Inkomstenbelasting, Fiscaal bestuurs(proces)recht

Editie: 14 oktober

Informatiesoort: VN Vandaag

11

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen