De Hoge Raad oordeelt dat de parlementaire geschiedenis onvoldoende aanknopingspunten biedt om de WMO-aftrekbeperking ruimer uit te leggen dan uit de tekst voortvloeit. De aftrekbeperking is dus uitsluitend van toepassing als een WMO-voorziening is verstrekt en vanwege de draagkracht een eigen bijdrage is verschuldigd.

De heer X koopt in 2013 een traplift voor zijn woning. X had hiervoor een WMO-voorziening bij de gemeente kunnen aanvragen. De eigen bijdrage die hij daarvoor zou moeten betalen, zou vanwege de hoogte van zijn inkomen en vermogen gelijk zijn aan het bedrag van de tegemoetkoming. Er is daarom geen WMO-voorziening aangevraagd. In geschil is of X de kosten van de traplift als specifieke zorgkosten kan aftrekken. De inspecteur stelt dat de kosten als een eigen WMO-bijdrage (art. 6.18 lid 1 letter d Wet IB 2001) hebben te gelden. Volgens Hof Arnhem-Leeuwarden heeft X de kosten rechtstreeks aan de leverancier betaald, zodat hij niet in aanmerking komt voor een financiële tegemoetkoming in het kader van de WMO. De kosten van de traplift zijn daarom ook geen eigen WMO-bijdrage. De kosten van de traplift kunnen volgens het hof als uitgaven voor specifieke zorgkosten in aftrek worden gebracht. De Staatssecretaris van Financiën gaat in cassatie.

De Hoge Raad oordeelt dat de parlementaire geschiedenis onvoldoende aanknopingspunten biedt om de WMO-aftrekbeperking ruimer uit te leggen dan uit de tekst voortvloeit. De aftrekbeperking is dus uitsluitend van toepassing als een WMO-voorziening is verstrekt en vanwege de draagkracht een eigen bijdrage is verschuldigd. Er is geen reden de door X verlangde aftrek specifieke zorgkosten te weigeren. Het beroep van de Staatssecretaris van Financiën is ongegrond.

[Bron Uitspraak]

Wetsartikelen:

Uitvoeringsregeling inkomstenbelasting 2001 39

Wet inkomstenbelasting 2001 6.18

Wet inkomstenbelasting 2001 6.17

Instantie: Hoge Raad

Rubriek: Inkomstenbelasting

Editie: 3 februari

Informatiesoort: VN Vandaag

  709
Inhoudsopgave van deze editie
Gerelateerde artikelen