De Hoge Raad oordeelt dat gedragingen waarvan de heer X door de strafrechter is vrijgesproken door minder strenge bewijsregels of op grond van aanvullend bewijs door de belastingrechter toch bewezen verklaard kunnen worden. De belastingrechter mag echter door zijn optreden, de motivering van zijn beslissing en de gebruikte bewoordingen geen twijfel doen ontstaan over de juistheid van de vrijspraak in de strafzaak.

Aan de heer X zijn diverse IB- en VB-aanslagen opgelegd. Volgens de inspecteur heeft X als drugshandelaar inkomsten en vermogen verzwegen. De inspecteur baseert dit vrijwel uitsluitend op het strafdossier, terwijl X alleen is veroordeeld voor de handel in hasj in de periode 1 april 1994 tot en met 9 december 1996. Hof Amsterdam oordeelt dat het beginsel van onschuldpresumptie van art. 6 lid 2 EVRM tot gevolg heeft dat X niet kan worden belast voor de inkomsten en vermogens die zijn gegenereerd met activiteiten waarvan hij is vrijgesproken. De juistheid van de aanslagen moet worden beoordeeld aan de hand van de strafrechtelijke veroordeling, ook al wordt de bewijslast omgekeerd. De Staatssecretaris van Financiën gaat in cassatie.

De Hoge Raad oordeelt dat gedragingen waarvan X door de strafrechter is vrijgesproken door minder strenge bewijsregels of op grond van aanvullend bewijs door de belastingrechter toch bewezen verklaard kunnen worden. De belastingrechter mag echter door zijn optreden, de motivering van zijn beslissing en de gebruikte bewoordingen geen twijfel doen ontstaan over de juistheid van de vrijspraak in de strafzaak (vgl. HR 20 maart 2015, 13/03959, V-N 2015/16.6 en HR 2 juni 2017, 15/05179. V-N 2017/28.3, rechtsoverweging 2.4.2). Per bestreden aanslag moet dus - op basis van de fiscale bewijsregels en aan de hand van de wederzijdse stellingen van partijen en het in het geding gebrachte bewijsmateriaal - worden beoordeeld in hoeverre de aanslag juist is. Het beroep van de Staatssecretaris is gegrond. Volgt verwijzing naar Hof Den Haag.

[Bron Uitspraak]

Wetsartikelen:

Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden 6

Algemene wet inzake rijksbelastingen 27e

Instantie: Hoge Raad

Rubriek: Bronbelasting

Informatiesoort: VN Vandaag

Editie: 3 februari

  742
Inhoudsopgave van deze editie
Gerelateerde artikelen