Hof Den Haag wijst het herzieningsverzoek af omdat hetgeen nu naar voren wordt gebracht geen onderdeel was van het eerdere hoger beroep.

X doet een inkeerverzoek vanwege verzwegen buitenlands vermogen. In dat kader overlegt zij een groot aantal bankafschriften. Pas na bijna drie jaar legt de inspecteur diverse - mede met behulp van de verlengde navorderingstermijn - aanslagen op. In geschil is of voldoende voortvarend is gehandeld. Volgens Hof 's-Hertogenbosch heeft de inspecteur na het inkeerverzoek terecht eerst nadere gegevens bij X opgevraagd. Er is vervolgens terecht aangestuurd op het sluiten van een vaststellingsovereenkomst. Er zijn pas aanslagen opgelegd toen dat niet lukte. Het evenredigheidsbeginsel is dus niet geschonden. Het cassatieberoep van X is niet-ontvankelijk (zie HR 26 september 2014, ECLI:NL:HR:2014:2818). In geschil is thans of X terecht om herziening van de hofuitspraak verzoekt. Volgens X was het rendement van twee buitenlandse fondsen vastgesteld op 6%, terwijl uit nieuwe informatie blijkt dat dit slechts 3% was.

Hof Den Haag wijst het herzieningsverzoek af omdat hetgeen nu naar voren wordt gebracht geen onderdeel was van het eerdere hoger beroep. Destijds was alleen nog in geschil of de inspecteur voldoende voortvarend had gehandeld. Er is dus geen sprake van feiten en omstandigheden die tot een andere uitspraak hadden kunnen leiden.

[Bron Uitspraak]

Wetsartikelen:

Algemene wet bestuursrecht 8:119

Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden 6

Algemene wet inzake rijksbelastingen 16

Instantie: Hof 's-Hertogenbosch

Rubriek: Fiscaal bestuurs(proces)recht

Editie: 11 juli

Informatiesoort: VN Vandaag

152

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen