Bij een onzakelijke lening tussen twee BV’s die is ingegeven door de wil en beslissingsmacht van de aandeelhouder van de gelduitlenende BV en is gericht op de aandeelhouder van de geldlenende BV, vindt de gift plaats tussen de aandeelhouders. Dit staat in een standpunt van de Kennisgroep successiewet.

X is enig aandeelhouder van X BV. Y – het kind van X – houdt alle aandelen in Y BV. X BV verstrekt een niet-direct opeisbare onzakelijke lening van € 5 miljoen aan Y BV. Voor de schenkbelasting is het van belang wie de schenker en de begiftigde zijn: de vennootschappen of de aandeelhouders. De kennisgroep stelt dat als de lening vanwege de relatie tussen de BV en aandeelhouder is verstrekt, de aandeelhouder van de gelduitlenende BV de schenker is. Als daarbij de bevoordelingsbedoeling is gericht op de natuurlijke persoon en niet op de BV, is de aandeelhouder van de geldlenende BV de begiftigde. In dit geval verrijkt de aandeelhouder als gevolg van het verstrekken van de onzakelijke lening met de waardestijging van de aandelen. De verrijking vindt plaats ten tijde van de verstrekking. In de casus van het standpunt vindt de verstrekking en aanvaarding van de lening plaats tussen de aandeelhouders van de betrokken BV’s.

Wetsartikelen:

Successiewet 1956 1

[Nieuwsbron]

Rubriek: Schenk- en erfbelasting

Regelgevende instantie: Belastingdienst

Editie: 11 juli

Informatiesoort: VN Vandaag

472

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen