Wanneer de totale huuropbrengsten het bedrag van de kamerverhuurvrijstelling overschrijden, voldoet de belastingplichtige vanaf de aanvang van de verhuurperiode niet aan de voorwaarden van de kamerverhuurvrijstelling. Dit staat in een standpunt van de Kennisgroep onroerende zaken.

De toepassing van de kamerverhuurvrijstelling moet worden bepaald op basis van de feitelijk in een kalenderjaar ontvangen inkomsten. Wanneer gedurende een jaar de huuropbrengsten het vrijstellingsbedrag overschrijdt, is de kamerverhuurvrijstelling voor dat jaar niet van toepassing. Dit geldt niet pas vanaf het moment van de overschrijding. De verhuurde kamer en het hiermee samenhangende deel van de schuld gaan, bij overschrijding van het vrijstellingsbedrag, vanaf de aanvang van de verhuurperiode naar box 3. Indien de kamer al vanaf een vorig jaar werd verhuurd, gaan de kamer en de schuld vanaf 1 januari naar box 3. Er is dan ook sprake van een gedeeltelijke vervreemding van de eigen woning in het kader van de bijleenregeling.

Wetsartikelen:

Wet inkomstenbelasting 2001 3.114

[Nieuwsbron]

Rubriek: Inkomstenbelasting

Regelgevende instantie: Belastingdienst

Editie: 11 juli

Informatiesoort: VN Vandaag

237

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen