Rechtbank Noord-Nederland oordeelt dat X één economische prestatie verricht die bestaat uit het verzorgen en verplegen van gasten in hun laatste levensfase. Deze prestatie is vrijgesteld van BTW.

X is een hospice dat vier gestoffeerde en gemeubileerde kamers met eigen badkamer en toilet ter beschikking stelt aan haar gasten. De (eigen) huisartsen en medewerkers van een thuiszorgorganisatie leveren de medische en verpleegkundige zorg aan de gasten. Vrijwilligers verlenen mantelzorg en huishoudelijke diensten. Stichting A werft, schoolt, ondersteunt en begeleidt deze vrijwilligers. De twee coördinatoren die verantwoordelijk zijn voor de inzet en begeleiding van vrijwilligers zijn in dienst van Stichting A. Ook hebben zij de dagelijkse leiding over het hospice. X sluit een samenwerkingsovereenkomst met de thuiszorgorganisatie en met Stichting A. De eigen bijdrage die de gasten betalen van € 45 per dag, krijgen zij vergoed vanuit de aanvullende zorgverzekering. Om in het hospice te kunnen verblijven is ook een indicatie van een huisarts vereist. In geschil is of X met de exploitatie van het hospice voor de BTW belaste of vrijgestelde prestaties verricht.

Rechtbank Noord-Nederland oordeelt dat X één economische prestatie verricht die bestaat uit het verzorgen en verplegen van gasten in hun laatste levensfase. Het gaat de gasten om een verblijf in een hospice waarvan zij weten dat daar aan hen in hun laatste levensfase de benodigde zorg wordt verleend. X bewerkstelligt dit. Daarom valt de prestatie onder de BTW-vrijstelling voor het verzorgen en verplegen van in een inrichting opgenomen personen ex. art. 11 lid 1 onderdeel c Wet OB 1968.

[Bron Uitspraak]

Wetsartikelen:

Wet op de omzetbelasting 1968 11

Instantie: Rechtbank Noord-Nederland

Rubriek: Omzetbelasting

Editie: 11 juli

Informatiesoort: VN Vandaag

330

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen