In de memorie van antwoord aan de Eerste Kamer schrijft de Staatssecretaris van Financiën waarom hij niet tegemoet komt aan de door de NOB gevraagde toezegging over een specifieke samenloop van de voorgestelde aanpassing in de houdsterverliesregeling en de bestaande systematiek van de fiscale eenheid. Uit jurisprudentie van de Hoge Raad volgt dat ook in deze situaties kortstondig sprake is van een deelnemingsverhouding. Een uitzondering voor de houdsterverliesregeling acht de staatssecretaris niet wenselijk.

Verder laat de staatssecretaris weten dat de verlegging van de inhoudingsplicht van de werkgever naar de pensioenuitvoerder bij rentevoordelen van oud-werknemers wordt ingevoerd. Of pensioenuitvoerders bereid zijn hier uitvoering aan te geven, is niet gepeild. Bij de aanpassing van de teruggaafregeling van BPM bij export van motorrijtuigen wordt geen minimumperiode ingevoerd. Als bijlage is bij de memorie van antwoord toegevoegd de voorgestelde wijziging van het Uitvoeringsbesluit inkomstenbelasting 2001 naar aanleiding van de wijziging van de step downregeling van art. 4.25 Wet IB 2001.

[Nieuwsbron][Nieuwsbron][Nieuwsbron]

Informatiesoort: VN Vandaag

Rubriek: Vennootschapsbelasting

Regelgevende instantie: Ministerie van Financiën

Editie: 11 november

3

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen