De Belastingdienst verlengt de regeling voor gemengde projecten bij woningcorporaties tot 1 januari 2035. Deze regeling, oorspronkelijk opgenomen in de standaard-vaststellingsovereenkomsten (VSO2) naar aanleiding van de invoering van de vennootschapsbelastingplicht in 2008, zou in beginsel aflopen per 2025.

De verlenging hangt samen met de Nationale prestatieafspraken 2025–2035 tussen het kabinet, Aedes en de VNG. Daarin is vastgelegd dat woningcorporaties de komende jaren fors investeren in sociale woningbouw en verduurzaming. Om deze investeringsopgave fiscaal te ondersteunen en consistentie te bieden, blijft de gemengde projectenregeling van kracht. De regeling ziet op projecten waarin zowel sociale huurwoningen en maatschappelijk vastgoed als marktgerichte activiteiten (zoals koopwoningen, markthuur en bedrijfsruimten) worden ontwikkeld. Kern van de regeling is een gestandaardiseerde methode voor het toerekenen van grondkosten en het bepalen van fiscale resultaten. Daarbij wordt de fiscale winst gesplitst in opstalrealisatie met een forfaitair rendement van 2% bij gelieerde partijen, en grondexploitatie, waarbij de residuele grondwaarde bepalend is. Voor sociale woningbouw gelden genormeerde grondkosten, gebaseerd op gemeentelijk grondprijsbeleid of een forfaitaire grondquote van 15%. De regeling blijft beperkt tot projecten in eigen beheer of met gelieerde partijen.

Wetingang:

Wet op de vennootschapsbelasting 1969 artikel 2

[Nieuwsbron]

Rubriek: Vennootschapsbelasting

Regelgevende instantie: Belastingdienst

Editie: 2 juli

Informatiesoort: VN Vandaag

16

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen