Hof Arnhem-Leeuwarden oordeelt dat kamerverhuur aan studenten niet kwalificeert als een materiële onderneming. De stakingswinst is op basis van de foutenleer belast in het laatste openstaande belastingjaar.X koopt in 1974 een groot landhuis voor fl. 175.000. Vanaf 1999 drijft X zij met haar inmiddels overleden echtgenoot een VOF. Het gehele pand, waarvan zij zelf de begane grond bewonen, wordt steeds gerekend tot het ondernemingsvermogen. Volgens de inspecteur is de verhuur van kamers in de rest van het pand normaal vermogensbeheer. Rond 2010 vindt er een omslag plaats. In plaats van de verhuur van kamers aan zorgpersoneel en zorgbehoevenden worden kamers verhuurd aan tien studenten. In hoger beroep is in geschil of de winst van 2016 op basis van de foutenleer terecht is verhoogd met de helft van het verschil tussen de WOZ-waarde en de fiscale boekwaarde en of het verzoek om geruisloze inbreng in een BV terecht is afgewezen.
Hof Arnhem-Leeuwarden oordeelt dat de verhuur aan studenten niet kwalificeert als een materiële onderneming. De onderneming is vóór 2016 gestaakt. Het verschil tussen de waarde in het economische verkeer en de boekwaarde had moeten worden belast als winst uit onderneming in het laatste jaar waarin sprake was van een onderneming. Niet in geschil is dat de fout kan worden hersteld in het laatste openstaande belastingjaar. Omdat alleen een onderneming geruisloos kan worden omgezet in een BV, is het verzoek om geruisloze omzetting terecht afgewezen. Het hoger beroep is ongegrond.
[Bron Uitspraak]
Wetingang:
Wet inkomstenbelasting 2001 artikel 3.5
Wet inkomstenbelasting 2001 artikel 3.65
8