Het kabinet deelt de zorgen over de onduidelijkheid rondom de verificatiecapaciteit binnen het Carbon Border Adjustment Mechanism (CBAM). Dit stelt Staatssecretaris Eerenberg van Financiën in de reactie op de motie-Flach c.s.

Uit overleg met sectoren blijkt dat importeurs zorgen hebben over het gebruik van standaardwaarden voor CO₂-uitstoot wanneer verificatie van werkelijke emissies ontbreekt. Deze standaardwaarden liggen vaak hoger, wat leidt tot onzekerheid over welke prijs zij moeten doorrekenen aan hun klanten. Voor het doen van aangifte op basis van werkelijke waarde is een geverifieerd emissieverslag van de productie-installatie nodig, door een geaccrediteerde CBAM-verificateur. In Nederland verloopt deze accreditatie via de Raad voor Accreditatie, waarvoor negen instellingen een aanvraag hebben ingediend. Het kabinet benadrukt het belang van voldoende verificatiecapaciteit om het doen van aangifte op basis van de werkelijke waarden te faciliteren. Daarom dringt het kabinet ook op EU-niveau aan op versnelling en duidelijkheid. Ter verlichting stelt de EU voor dat importeurs in de eerste helft van 2027 tijdelijk met niet-geverifieerde werkelijke emissies mogen werken. Het kabinet steunt dit voorstel. Daarnaast pleit het kabinet voor mondiale standaardwaarden voor specifieke downstreamgoederen.

Wetingang:

Wet milieubeheer artikel 16C.1

[Nieuwsbron]

Rubriek: Milieuheffingen, Europees belastingrecht

Regelgevende instantie: Ministerie van Financiën

Editie: 2 juli

Informatiesoort: VN Vandaag

10

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen