Rechtbank Zeeland-West-Brabant oordeelt dat de enkele stelling dat Z bv in naam van X bv optreedt op veilingen in Canada om pelsen te verhandelen, niet voldoende is om te kunnen spreken van een vaste vertegenwoordiger. De niet opgegeven veilingopbrengsten worden volledig aan X bv toegerekend.

X bv vormt samen met Y bv een fiscale eenheid. Y bv drijft een onderneming in de vorm van een pelsdierenfokkerij. De pelsen worden onder meer verkocht via North American Fur Auction (NAFA). De opbrengsten daarvan worden overgeboekt naar een Luxemburgse bankrekening. X bv stelt dat deze opbrengsten vrij moeten worden gesteld van Nederlandse belastingheffing, omdat ze in Canada zijn behaald met behulp van een vaste vertegenwoordiger, Z bv. De inspecteur betwist dit en legt navorderingsaanslagen VPB op.

Rechtbank Zeeland-West-Brabant oordeelt dat de enkele stelling dat Z bv in naam van X bv optreedt op veilingen in Canada om pelsen te verhandelen, niet voldoende is om te kunnen spreken van een vaste vertegenwoordiger. De niet opgegeven veilingopbrengsten worden volledig aan X bv toegerekend. X bv voldoet niet aan de verzwaarde bewijslast die op haar rust om aan te tonen dat de navorderingsaanslag voor 2006 tot een te hoog bedrag is vastgesteld. Gelet op het feit dat er geen gegevens over de bankrekeningen in Luxemburg voor 2006 bekend zijn gemaakt en X bv meerdere accounts bij NAFA hield, is het enkel overleggen van een overzicht van één van die accounts onvoldoende. De navorderingsaanslagen voor de jaren 2008, 2009 en 2012 zijn terecht en naar het juiste bedrag opgelegd.

[Bron Uitspraak]

Wetsartikelen:

Algemene wet inzake rijksbelastingen 16

Wet op de vennootschapsbelasting 1969 3

Instantie: Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Rubriek: Internationaal belastingrecht, Vennootschapsbelasting

Editie: 7 mei

Informatiesoort: VN Vandaag

257

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen