De Hoge Raad oordeelt dat X recht heeft op een proceskostenvergoeding van € 512. X heeft namelijk een hogerberoepschrift ingediend en een schriftelijke zienswijze gegeven op het incidentele hoger beroep van de heffingsambtenaar.

Aan X is een naheffingsaanslag parkeerbelasting opgelegd. De heffingsambtenaar handhaaft de aanslag, na een terugwijzing door de rechtbank wegens schending van de hoorplicht. De rechtbank verklaart het tweede beroep van X niet-ontvankelijk wegens misbruik van recht. X komt in hoger beroep. Hof 's-Hertogenbosch oordeelt dat geen sprake is van misbruik van recht. Het hof wijst de zaak terug naar de rechtbank voor een inhoudelijke behandeling van de zaak. X is het niet eens met de door het hof toegekende proceskostenvergoeding van € 250,50, en gaat in cassatie.

De Hoge Raad oordeelt dat X recht heeft op een proceskostenvergoeding van € 512. X heeft namelijk een hogerberoepschrift ingediend en een schriftelijke zienswijze gegeven op het incidentele hoger beroep van de heffingsambtenaar. Volgens de Hoge Raad is het dan, zonder nadere motivering, niet begrijpelijk dat het hof slechts één punt heeft toegekend voor deze twee procesverrichtingen. De Hoge Raad stelt de proceskostenvergoeding voor het hoger beroep vast op: 2 x 0,5 x € 512 = € 512.

[Bron Uitspraak]

Wetsartikelen:

Algemene wet bestuursrecht 8:75

Informatiesoort: VN Vandaag

Rubriek: Bronbelasting

Instantie: Hoge Raad

Editie: 18 maart

3

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen