De Kennisgroep deelnemingsvrijstelling heeft een standpunt gepubliceerd naar aanleiding van de vraag of de deelnemingsvrijstelling van toepassing is op een belang dat kleiner is dan 5% van het nominaal gestort kapitaal en verkregen is bij of zeer kort na de verkoop van een belang dat groter is dan 5% in dezelfde vennootschap. In de voorgelegde casus is de deelnemingsvrijstelling niet van toepassing.

In de casus gaat het om belastingplichtige X die meer dan een jaar een belang houdt in Y waarop de deelnemingsvrijstelling van toepassing is. X verkoopt het belang in Y voor € 600.000 door inkoop van aandelen door Y. Dezelfde dag verkrijgt X van Y een door Y nieuw uitgegeven aandeel van een ander soort met een nominale waarde van € 1. Dit aandeel heeft, anders dan de verkochte aandelen, geen stemrecht en een ander winstrecht. Het nominale kapitaal van Y bedraagt na de transacties € 45.001.

De deelnemingsvrijstelling is niet van toepassing op (vervreemdings)voordelen uit hoofde van het nieuw verkregen belang, omdat geen sprake meer is van een deelneming. Ook is de regeling voor aflopende deelnemingen niet van toepassing op het nieuw verkregen belang. X verkrijgt een belang dat zowel juridisch (geen stemrecht) als economisch (ander winstrecht) niet te vereenzelvigen is met het voormalige aandelenbelang.

Wetsartikelen:

Wet op de vennootschapsbelasting 1969 13

[Nieuwsbron]

Rubriek: Vennootschapsbelasting

Regelgevende instantie: Belastingdienst

Editie: 4 december

Informatiesoort: VN Vandaag

497

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen