Hof Arnhem-Leeuwarden oordeelt dat het recht op de periodieke uitkering rechtens afdwingbaar is en dat X er geen tegenprestatie voor levert. De uitkering is voorts afhankelijk van beider levens en de financiële toestand van Y. Hierdoor is voldaan aan de eisen van een belaste periodieke uitkering.

X en haar ex-partner Y maken in 2010 na het beëindigen van hun samenwoning financiële afspraken. Y belooft jaarlijks € 5000 te betalen voor ieder van hun twee kinderen en daarnaast € 2000 per jaar voor X zelf. Als Y in 2015 stopt met de betalingen, spant X een civiele procedure aan, die uitmondt in het oordeel dat de € 10.000 niet voor de kinderen, maar voor X is bestemd. De kinderen woonden in 2010 namelijk niet bij X. Voorts oordeelt de rechtbank dat Y tot en met 2030 € 12.000 aan X is verschuldigd (vonnis 1). Y vordert met succes ontbinding van de overeenkomst. De civiele kamer stelt de bedragen die Y aan X moet betalen, per 1 februari 2017 op nihil (vonnis 2). Als de inspecteur op de hoogte raakt van vonnis 1 legt hij aan X een navorderingsaanslag op, waarin € 12.000 tot haar box 1-inkomen van 2016 wordt gerekend. Rechtbank Gelderland stelt de inspecteur in het gelijk. De € 12.000 kwalificeert als een belaste periodieke uitkering. De belastingrente wordt verminderd. In geschil is of de inspecteur terecht de ontvangen bedragen heeft aangemerkt als periodieke uitkeringen die in rechte vorderbaar zijn. X stelt in hoger beroep dat haar advocaatkosten aftrekbaar zijn.

Hof Arnhem-Leeuwarden oordeelt dat het recht op de periodieke uitkering rechtens afdwingbaar is en dat X er geen tegenprestatie voor levert. De uitkering is voorts afhankelijk van beider levens en de financiële toestand van Y. Hierdoor is voldaan aan de eisen van een belaste periodieke uitkering. Voor de aftrek van de advocaatkosten beroept de inspecteur zich terecht op interne compensatie. X heeft in 2016 namelijk niet € 12.000, maar € 24.000 (2015 en 2016) van Y ontvangen. Het beroep van X is ongegrond.

[Bron Uitspraak]

Wetsartikelen:

Wet inkomstenbelasting 2001 3.101

Instantie: Hof Arnhem-Leeuwarden

Rubriek: Inkomstenbelasting, Fiscaal bestuurs(proces)recht

Editie: 12 februari

Informatiesoort: VN Vandaag

534

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen