Rechtbank Zeeland-West-Brabant oordeelt dat het bedrag dat X stelt te hebben betaald aan degene die de aangifte BPM voor hem verzorgde, de vermeende oplichter, is door deze persoon niet aangewend om de verschuldigde BPM te voldoen en kan daarom niet worden aangemerkt als betaalde BPM.

Namens X is BPM-aangifte gedaan voor een Chevrolet Suburban met schade. Volgens het bijgaande taxatierapport is de handelsinkoopwaarde slechts € 500 door de schade van € 13.613. Door Domeinen is de handelsinkoopwaarde in onbeschadigde staat vervolgens vastgesteld op € 34.711. Hierop is een waardevermindering wegens schade toegepast van € 3055 (72% van de schadecalculatie). In geschil is de naheffing van € 13.448. Volgens X had hij € 5000 betaald aan de persoon die de aangifte voor hem heeft gedaan, maar is dat bedrag niet aangewend om de verschuldigde BPM te voldoen.

Rechtbank Zeeland-West-Brabant oordeelt dat het bedrag dat X stelt te hebben betaald aan degene die de aangifte BPM voor hem verzorgde, de vermeende oplichter, is door deze persoon niet aangewend om de verschuldigde BPM te voldoen en kan daarom niet worden aangemerkt als betaalde BPM. Bij het opleggen van de naheffingsaanslag is daarmee terecht geen rekening mee gehouden. X maakt niet aannemelijk dat de naheffing te hoog is. De hoorplicht is in de bezwaarfase ook niet geschonden. De afmelding voor de hoorzitting door de gemachtigde van X is niet bij de inspecteur aangekomen door een e-mailverbod dat aan de gemachtigde was opgelegd. De gemachtigde wist dat hij zich niet per e-mail kon afmelden. Wegens het overschrijden van de redelijke termijn krijgt X wel een immateriële schadevergoeding van € 1000.

[Bron Uitspraak]

Wetsartikelen:

Algemene wet bestuursrecht 7:2

Wet op de belasting van personenauto's en motorrijwielen 1992 10

Instantie: Rechtbank Den Haag

Rubriek: Belastingheffing van motorrijtuigen

Editie: 12 februari

Informatiesoort: VN Vandaag

140

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen