Hof Den Haag oordeelt dat X geen recht heeft op aftrek van voorbelasting met betrekking tot de huur. X maakt niet aannemelijk dat er een huurovereenkomst bestaat tussen hem en B bv. Ook is het niet mogelijk om de optie belaste verhuur die is overeengekomen tussen B bv en A toe te passen op de overeenkomst tussen B bv en X.

X verricht onder andere onder de handelsnaam ‘Z’ diverse diensten en prestaties. Hij treedt ook op onder de handelsnaam ‘D’. A sluit medio 2016 een huurovereenkomst met B bv. Hierbij wordt geopteerd voor belaste verhuur. Begin 2017 wordt stichting D opgericht. A is bestuurder van stichting D. Eind 2017 sluit X onder de naam D een huurovereenkomst met stichting D. Naar aanleiding van een boekenonderzoek corrigeert de inspecteur de BTW-aangifte op het punt van de aftrek van voorbelasting met betrekking tot de huur.

Hof Den Haag oordeelt dat X geen recht heeft op aftrek van voorbelasting met betrekking tot de huur. X maakt niet aannemelijk dat er een huurovereenkomst bestaat tussen hem en B bv. Er is alleen maar een huurovereenkomst tussen B bv en A. Het hof is van mening dat X niet aannemelijk maakt dat hij de huur heeft overgenomen. Stichting D heeft de huur overgenomen en niet D. Dat blijkt onder andere ook uit het feit dat Stichting D de huur factureert aan X. Verder merkt het hof nog op dat het niet mogelijk is om de optie belaste verhuur die is overeengekomen tussen B bv en A toe te passen op de overeenkomst tussen B bv en X. Het hoger beroep is ongegrond.

[Bron Uitspraak]

Wetsartikelen:

Wet op de omzetbelasting 1968 15

Wet op de omzetbelasting 1968 11

Instantie: Hof Den Haag

Rubriek: Omzetbelasting

Editie: 19 februari

Informatiesoort: VN Vandaag

560

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen