De Belastingdienst geeft een ruling af waarin de overeenkomst tussen Y en C kwalificeert als een met een licentie vergelijkbare regeling van een overheid voor het gebruik van een in een staat gelegen onroerende zaak dat een aanzienlijke investering in materiële activa met zich brengt.

X en Y behoren tot het internationaal opererende concern Z met een jaarlijkse geconsolideerde omzet van meer dan € 750 miljoen. De tophoudster is gevestigd in land A dat buiten de Europese Unie ligt. Y verwerft een installatie in eigendom in land B, ook buiten de Europese Unie. De installatie is verworven van de overheid van land B en een organisatorisch verbonden staatsentiteit (hierna gezamenlijk C). Y en C sluiten een leveringsovereenkomst waardoor gedurende een aantal jaren de producten die Y produceert met behulp van de installatie worden geleverd aan C. Hierna gaat de eigendom van de installatie terug naar C. Deze overeenkomst wordt aangemerkt als een financieringsovereenkomst. De installatie is niet als materieel activum opgenomen. De activiteiten die Y verricht met behulp van de installatie vormen een vaste inrichting (vi) in land B. De vi van Y is in land B vrijgesteld van vennootschapsbelasting. Landen A en B hebben geen met de Wet minimumbelasting 2024 vergelijkbare regels geïmplementeerd. X en Y willen zekerheid vooraf over de overeenkomst.

De Belastingdienst geeft een ruling af waarin de overeenkomst tussen Y en C kwalificeert als een met een licentie vergelijkbare regeling van een overheid voor het gebruik van een in een staat gelegen onroerende zaak dat een aanzienlijke investering in materiële activa met zich brengt. Omdat Z onder de Wmb 2024 valt dient zij voor elk land van de groep te beoordelen of het effectieve belastingtarief ten minste 15% bedraagt. Er is een bijheffing verschuldigd over de activiteiten in land B. X is als tussenliggende moederentiteit belastingplichtig voor deze (inkomen-inclusie)bijheffing. Omdat de installatie niet als materieel activum is opgenomen dient te worden beoordeeld of de overeenkomst tussen Y en C kwalificeert als een licentie van een overheid voor het gebruik van een in een staat gelegen onroerende zaak die een aanzienlijke investering in materiële activa met zich brengt.

Wetsartikelen:

Wet minimumbelasting 2024 8.3

Wet minimumbelasting 2024 7.3

[Nieuwsbron]

Rubriek: Internationaal belastingrecht, Vennootschapsbelasting

Regelgevende instantie: Belastingdienst

Editie: 18 juni

Informatiesoort: VN Vandaag

135

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen