Het totaalbedrag aan ten onrechte niet gecorrigeerde vervolgingskosten (dwangbevel- en aanmaningskosten) bedraagt in de periode 2014 tot en met 2018 ongeveer € 31 miljoen. Dat blijkt uit de brief van de Staatssecretarissen van Financiën aan de Tweede Kamer over de onjuiste informatieverstrekking aan de Nationale Ombudsman over dit onderwerp.

Als een aanslag niet wordt betaald, worden er vervolgingskosten in rekening gebracht. Als de aanslag later alsnog wordt verlaagd, maar de oorspronkelijke aanslag is geheel of gedeeltelijk betaald of verrekend, moeten de vervolgingskosten handmatig worden verminderd. Op de handmatige verwerking van kostenverlaging wordt inmiddels strakker toegezien. Ondanks dat strakkere toezicht worden de kosten nog steeds niet in alle gevallen verlaagd waar dat wel zou moeten. De oorzaak blijkt te liggen in het eerste geautomatiseerde deel van het proces. Zodra de oorzaak van het probleem bekend is, wordt bekeken hoe dit in de toekomst kan worden voorkomen.

Om de correctie van ten onrechte niet verlaagde kosten te realiseren wordt een plan van aanpak gemaakt. De probleemanalyse is echter nog niet afgerond. In het plan van aanpak zal in ieder geval prioriteit worden gegeven aan herstelacties voor belanghebbenden. Een externe partij wordt gevraagd om een onafhankelijke toets uit te voeren op de probleemanalyse en de herstelacties. Periodiek wordt zowel de Nationale Ombudsman als de Tweede Kamer geïnformeerd over het plan van aanpak.

Bij de brief worden tevens de antwoorden op de vragen van de vaste Kamercommissie voor Financiën verstrekt.

[Nieuwsbron]

Informatiesoort: VN Vandaag

Rubriek: Invordering, Belastingrecht algemeen

Regelgevende instantie: Ministerie van Financiën

Editie: 4 maart

3

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen