X drijft sinds 2014 een eenmanszaak in meubels en woonaccessoires naast een loondienstbetrekking bij Philips tot 2018. De inspecteur nodigt X uit tot het doen van aangiften IB/PVV en Zvw 2015-2019, stuurt herinneringen en aanmaningen en legt daarna (ambtshalve) aanslagen en verzuimboetes op. X dient voor meerdere jaren pas na afloop van de bezwaartermijn (herziene) aangiften in die de inspecteur aanmerkt als bezwaren en verzoeken om ambtshalve vermindering. De inspecteur wijst deze vervolgens af. In geschil is of, ondanks niet-ontvankelijke bezwaren bij omkering van de bewijslast, de ambtshalve aanslagen en verzuimboetes 2015-2019 in stand blijven.
Rechtbank Gelderland oordeelt dat de bezwaren van X tegen de aanslagen 2015-2019 te laat binnenkomen, zodat de inspecteur de bezwaren terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard. Met instemming van de inspecteur behandelt de rechtbank de beroepen als rechtstreekse beroepen tegen de afwijzing van verzoeken om ambtshalve vermindering. Omdat X voor 2015, 2016 en 2019 niet tijdig aangifte doet, past de rechtbank omkering en verzwaring van de bewijslast toe en acht zij de schattingen ten aanzien van 2015 en 2016 redelijk. De schatting over 2019 is onvoldoende onderbouwd, waardoor de rechtbank aansluiting zoekt bij de aangifte van X. De aanslag over het jaar 2019 wordt verminderd. De rechtbank verklaart het beroep ten aanzien van het jaar 2019 daarom gegrond en laat de verzuimboetes in stand.
Wetingang:
Algemene wet inzake rijksbelastingen artikel 25
Algemene wet inzake rijksbelastingen artikel 27E
Instantie: Rechtbank Gelderland
Rubriek: Fiscaal bestuurs(proces)recht
Editie: 29 april
Informatiesoort: VN Vandaag