X parkeert haar auto in de gemeente Diemen waar de eerste twee uur parkeren gratis zijn. De tarieventabel parkeerbelasting bepaalt hierover: “g. € 1,50 per uur. Daarbij is van toepassing dat de eerste twee uur gedurende een aaneengesloten periode niet in rekening wordt gebracht.” De heffingsambtenaar legt X een naheffingsaanslag op. X bestrijdt deze aanslag, omdat zij niet langer dan twee uur heeft geparkeerd. Hof Amsterdam stelt X in het ongelijk, omdat bij de aanvang van het parkeren namelijk geen parkeerapparatuur in werking is gesteld en geen voldoening op aangifte heeft plaatsgevonden.
De Hoge Raad oordeelt dat de gemeentelijke verordening voor toepassing van het gratis parkeren tijdens de eerste twee uur, niet als voorwaarde stelt dat de parkeerapparatuur bij aanvang in werking moet worden gesteld. X heeft voor het hof onbetwist gesteld dat zij er niet langer dan twee uur stond. Ook als niet of niet op de voorgeschreven wijze aangifte is gedaan, kan geen naheffingsaanslag worden opgelegd als, zoals in dit geval, geen belasting is verschuldigd (zie HR 8 januari 1997, ECLI:NL:HR:1997:AA3200, V-N 1997/593). Het beroep van X is gegrond. De naheffingsaanslag wordt vernietigd. X krijgt een proceskostenvergoeding van in totaal € 6304 en vergoeding van het griffierecht (€ 324).
Wetingang:
Algemene wet inzake rijksbelastingen artikel 20
Instantie: Hoge Raad
Rubriek: Belastingen van lagere overheden, Fiscaal bestuurs(proces)recht
Editie: 27 april
Informatiesoort: VN Vandaag