X ontvangt een uitnodiging voor de aangifte IB/PVV 2021 en vraagt uitstel en een papieren aangifteformulier. De inspecteur verleent uitstel tot 1 januari 2023, maar kan niet achterhalen of het papieren formulier daadwerkelijk is verzonden. Na een herinnering en aanmaning dient X niet tijdig aangifte in. De inspecteur legt ambtshalve een aanslag op en legt een verzuimboete op. X maakt bezwaar en dient alsnog aangifte in, waarbij hij een aftrek specifieke zorgkosten van € 1100 en een aftrek partneralimentatie van € 1440 opvoert. De inspecteur accepteert alleen de aftrek partneralimentatie, maar handhaaft de verzuimboete van € 385. X stelt dat hij zorgkosten maakt als diabeet en in Polen in het ziekenhuis ligt, maar onderbouwt dit niet met stukken.
Rechtbank Gelderland oordeelt dat X niet aan zijn bewijslast voldoet ten aanzien van de specifieke zorgkosten, nu hij zijn stellingen niet onderbouwt met bewijsstukken. De aanslag blijft daarom in stand. Ten aanzien van de verzuimboete oordeelt de rechtbank dat X een verzuim begaat door niet tijdig aangifte te doen en dat geen sprake is van afwezigheid van alle schuld. De boete is echter niet passend en geboden, omdat niet vaststaat dat X voor de in de aanmaning vermelde uiterste datum een papieren aangifteformulier heeft ontvangen. De rechtbank vermindert de boete tot € 100.
Wetingang:
Wet inkomstenbelasting 2001 artikel 6.17
Algemene wet inzake rijksbelastingen artikel 67A
Instantie: Rechtbank Gelderland
Rubriek: Inkomstenbelasting, Fiscaal bestuurs(proces)recht
Editie: 22 oktober
Informatiesoort: VN Vandaag