Hof 's-Hertogenbosch oordeelt in hoger beroep dat de fiscale eenheid door de verhuizing naar België van rechtswege niet meer bestond en aangezien een niet meer bestaande belastingplichtige geen btw verschuldigd is, wordt de heer X vrijgesproken.

Belanghebbende, de heer X, is door Rechtbank Limburg wegens het in 2006 en 2007 feitelijk leidinggeven aan het doen van onjuiste of onvolledige btw-aangiften door een rechtspersoon veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van zes maanden en een taakstraf van 240 uur. De betreffende rechtspersoon was een fiscale eenheid voor de btw, waarvan X als (uiteindelijk) aandeelhouder ook persoonlijk deel vanuit maakte. Vanaf 2005 waren de betreffende bedrijsactiviteiten geleidelijk verplaatst naar België en X was daar ook naar toe verhuisd. X gaat in hoger beroep.

Hof 's-Hertogenbosch oordeelt dat de fiscale eenheid door de verhuizing naar België van rechtswege niet meer bestond en aangezien een niet meer bestaande belastingplichtige geen btw verschuldigd is, wordt X vrijgesproken. De ingediende btw-aangiften zijn voorts niet te laag, maar juist te hoog. Weliswaar was er in Nederland nog wel een showroom, maar die is niet aan te merken als een vaste inrichting. Bij het indienen van de aangifte had volstaan moeten worden met de opmerking dat en waarom de fiscale eenheid niet meer bestond en dat er dus geen btw was verschuldigd. Bovendien kon X persoonlijk al geen deel (meer) uitmaken van de fiscale eenheid (zie HvJ EU 18 oktober 2007, nr. C-355/06, V-N 2007/48.19).

[Bron Uitspraak]

Wetsartikelen:

Wet op de omzetbelasting 1968 7

Informatiesoort: VN Vandaag

Rubriek: Omzetbelasting, Strafrecht

Instantie: Hof 's-Hertogenbosch

Editie: 23 juni

4

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen