Rechtbank Noord-Holland oordeelt dat X voor de maanden februari t/m december 2019 niet in aanmerking komt voor de verhoging van het kindgebonden budget voor alleenstaande ouders. De rechtbank acht aannemelijk dat X in die periode een toeslagpartner had.

X is het niet eens met de beslissing van de Belastingdienst/Toeslagen om haar geen verhoging van het kindgebonden budget voor alleenstaande ouders toe te kennen.

Rechtbank Noord-Holland oordeelt dat X voor de maanden februari t/m december 2019 niet in aanmerking komt voor de verhoging van het kindgebonden budget voor alleenstaande ouders. De rechtbank acht aannemelijk dat X in die periode een toeslagpartner had. Dat deze persoon op zakelijke gronden een gedeelte van de woning van X huurde is niet gebleken. De rechtbank oordeelt dat het besluit over het kindgebonden budget niet in strijd is met de wet, de algemene beginselen van behoorlijk bestuur of met één of meerdere verdragen. Het beroep van X op art. 13b Awir faalt, nu X onvoldoende onderbouwd heeft dat sprake is van een onevenredige situatie en ook niet is gebleken dat de Belastingdienst onredelijk heeft gehandeld om tot zijn besluit te kunnen komen. Het beroep van X is ongegrond.

[Bron Uitspraak]

Wetsartikelen:

Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen 3

Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen 13b

Informatiesoort: VN Vandaag

Rubriek: Toeslagen en zorgverzekeringswet

Instantie: Rechtbank Noord-Holland

Editie: 19 november

3

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen