X is gedupeerde van de toeslagenaffaire en dient een verzoek in bij de Commissie Werkelijke Schade voor aanvullende schadevergoeding. De Dienst Toeslagen verlengt de beslistermijn en kent later een dwangsom toe omdat de beslissing uitblijft. X stelt meermaals beroep in tegen het uitblijven van een besluit. Een eerdere uitspraak verplicht de Dienst Toeslagen binnen zes weken te beslissen en koppelt daaraan een dwangsom. Ondanks deze uitspraak blijft een besluit uit. De Dienst Toeslagen stelt dat de aanvraag is aangehouden in verband met nieuwe schaderoutes, maar X betwist dit en geeft aan dat haar toelichtingsgesprek bij de commissie al heeft plaatsgevonden. In geschil is of X belang heeft bij haar beroep tegen niet tijdig beslissen en welke nadere beslistermijn en dwangsom moeten gelden voor de beslissing op haar aanvraag om aanvullende schadevergoeding.
Rechtbank Noord-Holland oordeelt dat de beslissing op de aanvraag van X niet is opgeschort en dat X belang heeft bij haar beroep. De rechtbank stelt vast dat zowel de wettelijke beslistermijn als de nadere termijn van 60 weken zijn verstreken. Omdat een nieuwe termijn van 60 weken niet meer aan de orde is, bepaalt de rechtbank dat de Dienst Toeslagen binnen twee weken na verzending van de uitspraak een besluit moet nemen. De rechtbank oordeelt daarom dat de Dienst Toeslagen een dwangsom verbeurt van € 250 per dag bij overschrijding van deze termijn, met een maximum van € 37.500. De rechtbank verklaart het beroep gegrond.
Wetingang:
Wet hersteloperatie toeslagen artikel 2.1
Wet hersteloperatie toeslagen artikel 6.2
Algemene wet bestuursrecht artikel 6.2
Algemene wet bestuursrecht artikel 7.1
Algemene wet bestuursrecht artikel 8.55D
Instantie: Rechtbank Noord-Holland
Rubriek: Toeslagen en zorgverzekeringswet, Fiscaal bestuurs(proces)recht
Editie: 19 juni
Informatiesoort: VN Vandaag