Indien een overeengekomen rente van 5% bij een onzakelijke lening wordt aangepast naar een vuistregelrente van 3% kwalificeert dit als een neerwaartse aanpassing voor het zakelijkheidsbeginsel, die bij het bepalen van de winst van de belastingplichtige buiten aanmerking blijft. Dat staat in een standpunt van de Kennisgroep deelnemingsvrijstelling.

Het Kennisgroepstandpunt ziet op een casus waarbij een belastingplichtige een onzakelijke lening verstrekt aan een in het buitenland belastingplichtige 100%-deelneming. Voor de fiscale winstberekening gaat de belastingplichtige uit van de zogenoemde vuistregelrente van 3% (zie HR 25 november 2011, ECLI:NL:HR:2011:BN3442, V-N 2011/63.10, BNB 2012/37), terwijl de overeengekomen rente 5% bedraagt. De deelneming brengt de overeengekomen rente volledig ten laste van haar fiscale winst. Aan de Kennisgroep wordt gevraagd of de aanpassing van de overeengekomen rente naar de vuistregelrente kwalificeert als neerwaartse aanpassing voor het zakelijkheidsbeginsel die buiten de bepaling van de winst blijft (ex. art. 8ba sub a jo. 8bb lid 1 Wet VPB 1969).

Wetingang:

Wet op de vennootschapsbelasting 1969 artikel 8

Wet op de vennootschapsbelasting 1969 artikel 8B

Wet op de vennootschapsbelasting 1969 artikel 8BA

Wet op de vennootschapsbelasting 1969 artikel 8BB

Wet inkomstenbelasting 2001 artikel 3.8

[Nieuwsbron]

Rubriek: Vennootschapsbelasting, Inkomstenbelasting

Regelgevende instantie: Belastingdienst

Editie: 19 juni

Informatiesoort: VN Vandaag

20

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen