X parkeert een auto. Parkeercontroleurs constateren tijdens een controle dat op dat moment geen parkeerbelasting is voldaan. De heffingsambtenaar legt een naheffingsaanslag. X voert aan dat sprake is van vrij parkeren omdat het parkeerbord pas verderop in de straat staat. De heffingsambtenaar stelt dat de gehele straat onder de parkeerzone valt en dat X een onderzoeksplicht heeft. X overlegt foto’s van de locatie.
In geschil is of de naheffingsaanslag parkeerbelasting terecht is opgelegd gelet op de kenbaarheid van de parkeerbelasting ter plaatse.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant oordeelt dat de verschuldigdheid van de parkeerbelasting onvoldoende kenbaar is. De heffingsambtenaar heeft niet aannemelijk gemaakt dat X een parkeerbord is gepasseerd bij het inrijden van de straat. De door X overgelegde foto’s tonen dat het bord pas verderop staat, terwijl de straat eenrichtingsverkeer is. Daardoor ontbreekt voldoende kenbaarheid. De rechtbank vernietigt de naheffingsaanslag.
Wetingang:
Algemene wet bestuursrecht artikel 8.36C
Instantie: Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Rubriek: Belastingen van lagere overheden
Editie: 19 juni
Informatiesoort: VN Vandaag