Hof 's-Hertogenbosch oordeelt dat FL Nederlandse accijns verschuldigd is geworden met betrekking tot de geconstateerde tekorten. Het hof overweegt dat het begrip ‘onregelmatigheid’ voor het gehele art. 10 EG-richtlijn 2008/118/EG dezelfde betekenis heeft.
Rechtbank Noord-Nederland oordeelt dat de beroepen van X BV tegen naheffingsaanslagen omzetbelasting niet-ontvankelijk zijn. X BV houdt vóór het instellen van de beroepen op te bestaan en kan als niet-bestaande vennootschap geen rechtshandelingen verrichten.
Advocaat-generaal Kokott concludeert dat de Portugese regeling voor de aftrek van de door een dochter aan haar moeder uitgekeerde dividenden in strijd is met het EU-recht. Dit geldt voor de voorwaarde dat de moeder de concrete deelnemingen een jaar lang moet hebben behouden.
Advocaat-generaal Kokott concludeert dat de situatie van een Franse moedermaatschappij die de verliezen van haar Franse dochter in aanmerking wil nemen niet vergelijkbaar is met die van OPmobility en Société Générale, wanneer Frankrijk de resultaten van de buitenlandse dochters niet belast.
De Hoge Raad oordeelt dat niet-zakelijk gebruik van de werkkamer – zolang dat geen feitelijk gebruik als woning is – geen beletsel is voor belaste verhuur, mits dat gebruik niet méér dan 10% beslaat. Dat leidt in dit geval echter niet tot cassatie.
De Hoge Raad vraagt of het HvJ EU bevoegd is bij wijze van prejudiciële beslissing een uitspraak te doen over de uitlegging van de Rijnvarendenovereenkomst en welke wetgeving dan bij nevenwerkzaamheden van toepassing is?
Advocaat-generaal Martín y Pérez de Nanclares concludeert dat de levering van een kunstwerk, en een of meerdere nevenprestaties, door Grotta Nuova moet worden aangemerkt als een levering van een goed.
Het Gerecht oordeelt dat voor een boot die voor een reparatie in Duitsland vanuit Zwitserland naar Duitsland wordt vervoerd, geen sprake is van een invoer waarvoor BTW bij invoer is verschuldigd. Er moet dan wel vaststaan dat het niet de bedoeling was om de boot te gebruiken in Duitsland.
Advocaat-generaal Laulhé Shaelou concludeert dat het begrip dubbele belasting niet van toepassing is op een situatie waarin dezelfde inkomsten onder de belastingstelsels van twee lidstaten vallen, maar binnen een van deze stelsels van belasting zijn vrijgesteld.
De FASTER-richtlijn (Richtlijn (EU) 2025/50) wordt in Nederland geïmplementeerd in één nieuwe belastingwet. Dat schrijft Staatssecretaris Eerenberg van Financiën aan de Tweede Kamer. De richtlijn moet uiterlijk op 31 december 2028 in nationale wetgeving zijn geïmplementeerd en die wetgeving moet vervolgens op 1 januari 2030 in werking treden. De bewindsman streeft ernaar het wetsvoorstel rond de zomer van 2027 bij de Tweede Kamer in te dienen.