Het niet voldoen aan de btw-suppletieplicht is niet strafbaar en ook niet beboetbaar. Dat is althans hoe Hof Den Bosch er tegenaan kijkt. Fiscaal advocaat Diana Jansen van Tax Studio is echter minder stellig. "De uitkomst kan wel eens anders uitpakken als de Hoge Raad aansluit bij de letterlijke wettekst. Ook over het nemo-teneturbeginsel is het laatste woord nog niet gezegd."

In de zaak voor Hof Den Bosch had een transportonderneming in overleg met de accountant te lage aangiften omzetbelasting ingediend. De onderneming verkeerde in financiële moeilijkheden. Het voornemen om later suppleties in te dienen, is niet opgevolgd.

Geen strafvervolging

Het hof oordeelt dat strafrechtelijke vervolging voor het opzettelijk niet doen van een suppletieaangifte niet mogelijk is. Bij de totstandkoming van art. 10a AWR (algemene delegatiebepaling van de informatieplicht) is namelijk niets vermeld over de mogelijkheid tot strafvervolging. De wetgever heeft hier niet in (willen) voorzien. Ook bij de invoering van de suppletieverplichting in het Uitvoeringsbesluit omzetbelasting (art. 15 Uitv.besl. OB 1968) heeft de wetgever kenbaar gemaakt enkel te willen voorzien in de mogelijkheid tot oplegging van een vergrijpboete bij het niet-nakomen van deze informatieplicht. De formele boetebepalingen bij overtredingen uit de AWR zijn van toepassing. Maar zelfs als de wetgever de suppletieplicht wel strafbaar had willen stellen, is strafrechtelijke vervolging volgens het hof nog steeds niet mogelijk vanwege het nemo-teneturbeginsel, oftewel het verbod op zelfincriminatie.

Bedoeling versus wettekst

De bedoeling van de wetgever is één manier om tegen het strafbaarstellingsprobleem van de suppletieplicht aan te kijken. De andere manier is de letterlijke wettekst. “Het blijft dus nog even de vraag of de suppletieplicht niet strafbaar is”, legt Jansen uit. “Aansluiten bij de tekst van de wet zou strafbaarstelling in mijn ogen wel mogelijk maken. Het hof merkt op dat de overtreding van art.10a AWR in combinatie met de suppletiebepaling uit het Uitv.besl. OB niet expliciet bij wet is aangemerkt als strafbaar feit. Dat mag dan zo zijn, maar de letterlijke wettekst stelt het niet, onjuist of onvolledig verstrekken van inlichtingen (lees: het niet of onjuist doen van een suppletie) strafbaar. Is opzet in het spel dan komt zelfs een gevangenisstraf van vier jaar in beeld.”

Kwestie van geen zelfincriminatie

Volgens het hof is het niet voldoen aan de suppletieplicht niet alleen niet strafbaar maar is het ook niet beboetbaar. Deze plicht komt volgens het Hof namelijk in strijd met het verbod op zelfincriminatie (je bent niet verplicht mee te werken aan je eigen veroordeling). “Het nemo-teneturbeginsel vormt naar mening van Jansen inderdaad een probleem bij de verplichte suppletie. Zo lijkt het in ieder geval niet mogelijk om de via die weg afgedwongen verklaring te gebruiken als bewijs voor beboeting- of bestraffing. “Het Hof oordeelt dat de verplichte suppletie op straffe van een sanctie al in strijd komt met het nemo-teneturbeginsel. Of dat oordeel juist is zal de Hoge Raad moeten uitmaken. Uit eerdere jurisprudentie van het EHRM, zoals ‘O Halloran en Francis’, zou je naar mijn mening ook kunnen afleiden dat je iemand juist wel kunt verplichten, op straffe van een sanctie, informatie te verstrekken over een gedraging die in het verleden heeft plaatsgevonden”.

Door bepalingen zoals art. 10a AWR komt het verbod op zelfincriminatie volgens Jansen wel eerder en vaker naar voren. “Zoals gezegd, mogen afgedwongen verklaringen niet worden gebruikt voor het onderbouwen van een beboeting dan wel een strafrechtelijke overtreding. Dus speelt ook de vraag of een opgelegde boete bij een naheffingsaanslag omzetbelasting na een bijvoorbeeld niet tijdige suppletie, niet in de knel komt met het verbod op zelfincriminatie.”

Gewenste duidelijkheid

Alles overziend legt het hof volgens Jansen heel goed bloot wat de problemen zijn met de suppletie, namelijk is de suppletieplicht strafbaar te stellen en hoe zit het met het verbod op zelfincriminatie? Het zou voor de praktijk fijn zijn als die vragen op korte termijn door de Hoge Raad worden beantwoord. Het zou mooi zijn als Openbaar Ministerie, ondanks de veroordeling wegens het opzettelijk doen van onjuiste aangiften omzetbelasting, cassatie instelt tegen de uitspraak van het hof. Dan wordt duidelijk hoe de Hoge Raad strafrechtelijk en bestuursrechtelijk tegen de suppletieplicht aankijkt.”

Bron: Redacteur Marit Muller

Informatiesoort: Interviews, Nieuws

Carrousel: Carrousel

Focus: Focus

Rubriek: Omzetbelasting, Fiscaal bestuurs(proces)recht

  1149
Gerelateerde artikelen