Het CPB heeft recent een paper gepubliceerd met als titel ‘de hoogste bomen vangen minder wind: belastingdruk op inkomens en vermogens’. Daarin wordt – voor de zoveelste keer – gepleit voor afschaffing van de hypotheekrenteaftrek. Maar het CPB legt niet uit, waarom dat nu, anno 2026, nog steeds een goed idee is, gelet op de aanstaande nieuwe box 3 per 1 januari 2028.
Ruim 25 jaar geleden, toen de oude forfaitaire box 3 kwam in de Wet IB 2001, was dat een heel goed idee. Toen was het onbegrijpelijk dat in box 3 geen enkele rente meer aftrekbaar was - vóór 2001 was alle rente aftrekbaar, ook consumptieve rente – en die voor de eigen woning nog wel. Louter om politieke redenen is de eigenwoningrenteaftrek toen gehandhaafd. Daarom is box 1 ook ‘inkomen uit werk en woning’ gaan heten, terwijl die eigenlijk enkel ‘inkomen uit werk’ had moeten heten. Die eigen woning is destijds in box 1, waar die helemaal niet in thuishoort, geperst.
Maar nu, ruim 25 jaar later en aan de vooravond van de nieuwe box 3, nog steeds pleiten voor afschaffing van de hypotheekrenteaftrek, is volstrekt achterhaald. We keren in 2028 namelijk weer terug naar de situatie van vóór 2001, waarin alle rente, ook en zelfs consumptieve rente, aftrekbaar is. Dan is het toch raar om nu, aan de vooravond daarvan, te pleiten voor afschaffing van de hypotheekrenteaftrek? Dan heb je toch een afslag gemist? Dan krijg je de wel heel rare situatie dat de rente voor de boot of de auto of het schilderij of de vakantie straks ‘gewoon’ aftrekbaar is in box 3, maar de rente voor de eigen woning niet. Terwijl de eigen woning toch een nuttigere uitgave is dan een boot of het schilderij. Nog los van het feit dat je, als je al 25 jaar pleit voor afschaffing van de hypotheekrenteaftrek en ontdekt dat dit geen enkel effect heeft gehad, je misschien ook eens uit een ander vaatje moet gaan tappen. Die hypotheekrenteaftrek-plaat is inmiddels toch ook wel heel erg grijsgedraaid. Ik snap best dat je, om iets te bereiken, ‘toujours’ moet ‘frapper’, maar 25 jaar lang ‘frappez toujours’ zonder enig effect is wel heel erg lang. Hoe grijs kun je een plaat draaien?
Wat moet er dan wel gebeuren met betrekking tot de eigen woning? In een column op TaxLive, die het CPB blijkens de literatuurlijst helaas niet heeft meegenomen in zijn onderzoek, heb ik bepleit dat we juist, andersom, eigenwoningwinsten moeten gaan belasten. Want dat is de andere anomalie in de nieuwe box 3. Vanaf 2028 zijn in box 3 alle meerwaarden van alle vermogensbestanddelen belast, hetzij via een vermogenswinstbelasting (vastgoed en start-/scale-ups) hetzij via een vermogensaanwasbelasting (overige beleggingen). Alleen de meerwaarde van de eigen woning belasten we niet. Waarom niet? Daar is naar mijn mening geen enkele goede reden meer voor te geven. En dan belast je ook precies de goede groep die het CPB zo graag wil belasten, namelijk de vermogenden, van wie het CPB terecht constateert in zijn onderzoek (maar is ook al lang bekend) dat die regelmatig de fiscale dans ontspringt. Met afschaffing van de hypotheekrenteaftrek pak je namelijk ook nog eens de verkeerde groep, te weten de starters en doorstarters, jonge mensen dus die hun eerste of tweede eigen woning kopen. Die hebben die hypotheekrenteaftrek keihard nodig om überhaupt een voet tussen de deur te krijgen van de woningmarkt (als dat al lukt, zonder vermogende ouders kun je het eigenlijk sowieso wel schudden). En dan wil het CPB het deze groep, die het dus al zo moeilijk heeft op de woningmarkt, nog moeilijker maken?
Belast je daarentegen eigenwoningwinsten - en in de nieuwe box 3 vanaf 2028 valt dat onder de vermogenswinstbelasting, dus pas bij realisatie - dan belast je vermogenden. Mensen, zoals ik, die in hun eigen woning een leuke meerwaarde hebben opgebouwd, nota bene met dank aan de overheid mede vanwege die hypotheekrenteaftrek. Dan doet die groep ook eens wat terug voor die jarenlange subsidie. En die groep kan de belastingheffing bij verkoop van de eigen woning, anders dan de groep die de hypotheekrenteaftrek kwijtraakt, vaak ook gemakkelijk lijden. En je doet ook iets aan intergenerationele solidariteit, van oud naar jong. En dit zal tevens als nuttig bijeffect hebben dat woningprijzen zullen dalen als deze mensen na verkoop van hun eigen woning minder overhouden om te herinvesteren in een nieuwe eigen woning. Lagere vraag levert namelijk lagere prijzen op. Afschaffing van de hypotheekrenteaftrek heeft namelijk, anders dan menigeen nog steeds denkt, geen enkel effect op de prijs van woningen. Taco van Hoek van het Economisch Instituut voor de Bouw (EIB) of Arno Visser, voorzitter van Bouwend Nederland en voormalig voorzitter van de Algemene Rekenkamer, kunnen dit haarfijn uitleggen. Ik snap werkelijk niet waarom het CPB inmiddels niet pleit voor het belasten van eigenwoningwinsten en maar blijft tamboereren op de doodlopende weg van afschaffing van de hypotheekrenteaftrek.
Tot slot een kleine meer persoonlijke noot. Blijkens de bijlage heeft het CPB wel gesproken met collega’s van mij van de Universiteiten van Leiden en Tilburg, maar helaas niet van Amsterdam, de universiteit waaraan ikzelf ben verbonden. Nu wil ik niet beweren dat alle wijsheid alleen uit Amsterdam komt, maar de blik wat breder richten dan louter de directe collega’s van de CPB-onderzoekers, in elk geval twee van de drie onderzoekers zijn ook verbonden aan genoemde twee universiteiten, kan misschien geen kwaad. Van een onafhankelijk instituut als het CPB mag, nee moet, men dit zelfs verwachten!