X dient een aangifte IB/PVV 2022 in en vermeldt daarin een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 19.393, bestaande uit loon van € 22.493 en een negatief loonpost van € 3.100. De inspecteur kondigt aan deze negatieve post niet te accepteren en legt een aanslag op naar een inkomen van € 22.493. X maakt op 26 juli 2024 bezwaar. Hij betaalt studiekosten aan een onderwijsinstelling in verband met een opleiding die naast zijn dienstbetrekking loopt. De werkgever vraagt jaarlijks een bewijs van inschrijving, maar vergoedt de studiekosten niet. X stelt de inspecteur op 26 juli 2024 in gebreke. In geschil is of de studiekosten als negatief loon kwalificeren en of X recht heeft op een dwangsom.
Rechtbank Noord-Nederland oordeelt dat geen causaal verband bestaat tussen de studiekosten en de dienstbetrekking. De betalingen vloeien voort uit de door X gevolgde studie en niet uit een arbeidsvoorwaardenregeling of een verplichting uit de arbeidsovereenkomst. De kosten kwalificeren daarom niet als negatief loon. De rechtbank oordeelt verder dat de dwangsomregeling niet van toepassing is omdat de reactie op het voornemen tot afwijking geen aanvraag betreft en de inspecteur binnen de wettelijke termijn uitspraak op bezwaar doet. De aanslag blijft inhoudelijk in stand.
Wetingang:
Wet inkomstenbelasting 2001 artikel 3.81
Algemene wet bestuursrecht artikel 4.17
Wet op de loonbelasting 1964 artikel 10
Instantie: Rechtbank Noord-Nederland
Rubriek: Inkomstenbelasting, Fiscaal bestuurs(proces)recht, Loonbelasting
Editie: 12 mei
Informatiesoort: VN Vandaag