X verzoekt de inspecteur op 7 juni 2024 om een VA IB 2023 op te leggen. De VA wordt opgelegd met dagtekening 19 juli 2024, waarbij € 14.726 aan belastingrente, tegen 7,5%, in rekening wordt gebracht. X is het niet eens met de hoogte van de belastingrente en stelt daarbij onder andere dat de inspecteur de VA niet voldoende voortvarend heeft opgelegd.
Rechtbank Gelderland oordeelt dat de inspecteur de VA voldoende voortvarend heeft opgelegd. De aanslag is namelijk opgelegd binnen de termijn van zes weken die daar voor staat. De rechtbank verwerpt de stelling van X dat de inspecteur de VA binnen twee weken had kunnen opleggen. Verder wijst de rechtbank er nog op dat art. 30f lid 3 AWR de inspecteur een termijn van veertien weken geeft om in een geval als hier aan de orde een VA op te leggen. Ook is de periode waarover de belastingrente is berekend correct. Dit geldt ook voor de hoogte van de belastingrente: het percentage van 7,5 volgt dwingend uit de wet. De inspecteur heeft dus geen beleidsvrijheid bij de toepassing ervan en de rechter is niet bevoegd om de innerlijke waarde of billijkheid van de wet te toetsen. Het gelijk is aan de inspecteur.
Wetingang:
Algemene wet inzake rijksbelastingen artikel 30F
Instantie: Rechtbank Gelderland
Rubriek: Fiscaal bestuurs(proces)recht
Editie: 12 mei
Informatiesoort: VN Vandaag