X doet BPM-aangifte voor een Chevrolet Corvette Convertible Z51 3LT Stingray en voldoet hiertoe € 7307. In geschil is de naheffing van € 5294 op basis van de forfaitaire tabel. Rechtbank Noord-Nederland handhaaft de aanslag. X krijgt wegens het overschrijden van de redelijke termijn wel een immateriële schadevergoeding van € 1304 en een proceskostenvergoeding van € 1304. X voert in hoger beroep diverse formele grieven aan.
Hof Arnhem-Leeuwarden oordeelt dat bij de berekening ten onrechte is uitgegaan van een afschrijvingspercentage van 73,91 in plaats van 73,912, zodat de aanslag met € 2 wordt verminderd tot € 5292. Het beroep is slechts in zoverre gegrond. Voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand die in bezwaar en hoger beroep redelijkerwijs is gemaakt, krijgt X een vergoeding van in totaal € 800. De wegingsfactor van 0,25 is toegepast, omdat het een punt van ondergeschikt belang is. De vergoeding mag uitsluitend op een op naam van X staande bankrekening worden uitbetaald.
Wetingang:
Algemene wet bestuursrecht artikel 8.75
Wet op de belasting van personenauto's en motorrijwielen 1992 artikel 10
Wet op de belasting van personenauto's en motorrijwielen 1992 artikel 19A
Instantie: Hof Arnhem-Leeuwarden
Rubriek: Belastingheffing van motorrijtuigen
Editie: 12 mei
Informatiesoort: VN Vandaag