X ontvangt geen regulier aangegeven inkomen, maar is betrokken bij een vennootschapsstructuur waaruit hij maandelijks een management fee van € 8.000 ontvangt. De management fee wordt in rekening courant geboekt. Daarnaast ontvangt X bedragen via de bankrekening van zijn partner en contanten, waarvan hij stelt dat dit leningen zijn voor levensonderhoud. De FIOD legt in een onderzoek naar belastingontwijking (Wakatobi III) vast dat de betalingen en contante opnamen corresponderen met de rekening-courant. X doet voor 2014 geen IB-aangifte (en was daartoe niet uitgenodigd), voor 2015 en 2016 doet hij nihilaangiften. De inspecteur legde (navorderings)aanslagen op van € 96.000 per jaar. Rechtbank Noord-Holland laat de (navorderings)aanslagen in stand.
Hof Amsterdam oordeelt dat navordering over 2014 niet is toegestaan. Er is namelijk geen sprake van kwade trouw omdat X niet is uitgenodigd tot het doen van aangifte. Voor de jaren 2015 en 2016 is X wel te kwader trouw door het verzwijgen van inkomsten. X doet niet de vereiste aangifte en omkering en verzwaring van de bewijslast geldt. Het hof acht aannemelijk dat X aanzienlijke bedragen geniet uit een belastbare bron en dat de gestelde lening ongeloofwaardig is. De schatting van inkomen berust op een redelijke schatting gelet op de grootboekrekeningen, contante opnamen en bankstortingen. De (navorderings)aanslagen 2015 en 2016 blijven in stand.
Wetingang:
Algemene wet inzake rijksbelastingen artikel 16
Algemene wet inzake rijksbelastingen artikel 27E
Algemene wet inzake rijksbelastingen artikel 47
Algemene wet inzake rijksbelastingen artikel 9
Instantie: Hof Amsterdam
Rubriek: Fiscaal bestuurs(proces)recht
Editie: 12 mei
Informatiesoort: VN Vandaag