Rechtbank Zeeland-West-Brabant oordeelt dat zij geen bevoegdheid heeft om het beroep van X over beslaglegging te beoordelen en dat het beroep over mogelijke invorderingsrente niet-ontvankelijk is. De rechtbank stuurt het beroepschrift als bezwaarschrift door naar de invorderingsambtenaar.

X ontvangt een brief van de invorderingsambtenaar over beslaglegging waarin ook rente staat vermeld. X stelt beroep in tegen de beslaglegging en tegen de rente. De rechtbank beoordeelt eerst het verzet tegen haar eerdere uitspraak waarin zij zich onbevoegd heeft verklaard. De brief van de invorderingsambtenaar vermeldt rente waarvan onduidelijk blijft of dit invorderingsrente is. X maakt geen bezwaar voorafgaand aan het beroep. De rechtbank beoordeelt na gegrond verzet ook het beroep.

In geschil is of de belastingrechter bevoegd is kennis te nemen van het beroep over beslaglegging en mogelijke invorderingsrente en of het beroep ontvankelijk is.

Rechtbank Zeeland-West-Brabant oordeelt dat zij niet bevoegd is om het beroep van X over de beslaglegging te beoordelen omdat beslissingen over beslaglegging onder de Invorderingswet 1990 niet tot de uitzonderingen behoren waarvoor bestuursrechtelijke rechtsbescherming openstaat. Voor zover de rente in de brief mogelijk invorderingsrente betreft, stelt de rechtbank dat X eerst bezwaar moet maken voordat beroep openstaat. Omdat onduidelijk blijft of invorderingsrente aan de orde is en of de bezwaarfase is doorlopen, verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk en stuurt zij het beroepschrift als bezwaarschrift door naar de invorderingsambtenaar.

[Bron Uitspraak]

Wetingang:

Algemene wet bestuursrecht artikel 8.5

Algemene wet bestuursrecht artikel 8.55

Instantie: Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Rubriek: Fiscaal bestuurs(proces)recht

Editie: 12 mei

Informatiesoort: VN Vandaag

98

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen