Hof 's-Hertogenbosch oordeelt in hoger beroep dat de informatiebeschikking niet terecht is aangezien de inspecteur niet aannemelijk maakt dat de heer X vragen onvolledig of onjuist heeft beantwoord.

De heer X wordt begin 2008 21 jaar. X heeft een zeer laag inkomen en geen vermogen. X koopt eind 2008 voor € 6.800 een tweedehands Mercedes in Duitsland. De inspecteur wil weten hoe dat kan. De inspecteur legt een voorlopige IB-aanslag over 2008 aan X op en vraagt tevens gegevens bij hem op. De mogelijkheid bestaat namelijk dat X inkomen of vermogen verzwijgt. Aangezien de door X verstrekte informatie volgens de inspecteur niet volledig is, legt de inspecteur een informatiebeschikking aan hem op (art. 52a lid 1 AWR). Rechtbank Breda stelt de inspecteur in het gelijk. X gaat in hoger beroep. Hof 's-Hertogenbosch oordeelt dat de informatiebeschikking niet terecht is aangezien de inspecteur niet aannemelijk maakt dat X vragen onvolledig of onjuist heeft beantwoord. Omtrent de wijze van financiering heeft X namelijk afdoende verklaard dat hij het geld heeft geleend van een derde. X woonde voorts bij zijn broer, zodat hij geen kosten van huisvesting had. Ten aanzien van de gebruikskosten van de auto stelt X geloofwaardig dat die kosten niet voor hem waren omdat hij pas in 2010 zijn rijbewijs heeft gehaald. In 2009 reed zijn vader in de auto. Op diens naam was de auto verzekerd en voor hem waren ook de overige kosten. Het beroep van X is gegrond.

[Bron Uitspraak]

Wetsartikelen:

Algemene wet inzake rijksbelastingen 52a

Editie: 29 september

Instantie: Hof 's-Hertogenbosch

Rubriek: Fiscaal bestuurs(proces)recht

Informatiesoort: VN Vandaag

  14
Inhoudsopgave van deze editie
Gerelateerde artikelen