Rechtbank Noord-Nederland oordeelt dat eiser in rechte gehouden is aan zijn akkoord over de verlenging van de navorderingstermijn.

X heeft inkomsten uit in Zwitserland aangehouden vermogen. Hij heeft deze inkomsten niet aangegeven. Op 26 juni 2014 keert X in. De reguliere termijn voor navordering over 2001 eindigt op 30 november 2014. De inspecteur vraagt X op 13 oktober 2014 akkoord te gaan met het opleggen van de navorderingsaanslag IB/PVV 2001 na afloop van die reguliere termijn. X gaat hiermee akkoord. Op 30 juni 2015 legt de inspecteur onder meer een navorderingsaanslag IB/PVV 2001 op. In geschil is onder meer of X gebonden is aan zijn akkoordverklaring.

Rechtbank Noord-Nederland oordeelt dat X in rechte gehouden is aan zijn akkoordverklaring. X stelt dat de akkoordverklaring niet rechtsgeldig is wegens strijd met art. 18 lid 12 Besluit Fiscaal Bestuursrecht. Volgens de rechtbank heeft X uitdrukkelijk afstand gedaan van het recht een beroep te doen op overschrijding van de reguliere termijn. Daarin ligt ook besloten dat X afziet van het recht een beroep te doen op het schenden van het voorschrift van art. 18 lid 12 Besluit Fiscaal Bestuursrecht.

Lees ook het thema Navordering

[Bron Uitspraak]

Wetsartikelen:

Algemene wet inzake rijksbelastingen 16

Besluit Fiscaal Bestuursrecht 18

Informatiesoort: VN Vandaag

Rubriek: Bronbelasting

Instantie: Rechtbank Noord-Nederland

Editie: 18 juli

4

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen