Hof ‘s-Hertogenbosch beslist dat X als feitelijk bestuurder aansprakelijk is voor de onbetaald gebleven belastingschulden van de bv. De Hoge Raad oordeelt dat de middelen of klachten niet tot cassatie kunnen leiden (art. 81 Wet RO).

Belanghebbende, X, verkoopt zijn aandelen in A bv (hierna: de bv) op 2 januari 2010 aan B. De levering daarvan vindt plaats op 9 augustus 2011. B staat met ingang van 1 januari 2010 bij de KvK ingeschreven als formeel bestuurder van de bv. Naar aanleiding van de bevindingen van een onderzoek in het kader van bestuurdersaansprakelijkheid is X als feitelijk bestuurder van de bv aangemerkt. X wordt vervolgens, door de ontvanger, aansprakelijk gesteld voor onbetaald gebleven belastingschulden van de bv. Volgens Rechtbank Zeeland-West-Brabant kan X vanaf 1 januari 2010 als bestuurder van de bv worden aangemerkt ook al staat hij niet in het handelsregister als zodanig geregistreerd. X is steeds beleidsbepalend actief geweest en terecht als feitelijk bestuurder aansprakelijk gesteld voor de onbetaald gebleven belastingschulden van de bv. Het beroep van X is ongegrond. X gaat in hoger beroep.

Volgens Hof ’s-Hertogenbosch (MK I, 6 april 2017, 14/00380, V-N Vandaag 2017/1281) is de brief van 12 augustus 2011, die X heeft overgelegd, vervalst en niet afkomstig van de Belastingdienst. X mocht aan deze brief niet het vertrouwen ontlenen dat hij niet aansprakelijk zou worden gesteld voor belastingschulden van de bv. Vervolgens beslist het hof, in navolging van de rechtbank, dat de ontvanger aannemelijk heeft gemaakt dat X feitelijk bestuurder was van de bv. Er heeft geen tijdige melding van betalingsonmacht plaatsgevonden. X is terecht aansprakelijk gesteld. Het hoger beroep is ongegrond.

De Hoge Raad oordeelt dat de middelen of klachten niet tot cassatie kunnen leiden (art. 81 Wet RO).

Lees ook het thema Bestuurdersaansprakelijkheid: de gevolgen van kennelijk onbehoorlijk bestuur

[Bron Uitspraak]

Wetsartikelen:

Algemene wet bestuursrecht 7:2

Invorderingswet 1990 36

Informatiesoort: VN Vandaag

Rubriek: Bronbelasting, Invordering

Instantie: Hoge Raad

Editie: 14 september

2

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen