Hof Amsterdam oordeelt dat geen sprake is van een bron van inkomen. Er zijn namelijk onvoldoende objectieve aanwijzingen om vast te stellen dat X in 2011 of 2012 met zijn activiteiten redelijkerwijs voordeel kon verwachten. De Hoge Raad oordeelt dat de middelen of klachten niet tot cassatie kunnen leiden (art. 81 Wet RO)

X is bekend met neurologie en heeft onder andere gewerkt op de afdeling neurologie van een ziekenhuis. Tevens is hij erkend arts-acupuncturist en gespecialiseerd in de neuro-acupunctuur. In 2010 start X met de activiteiten als arts-acupuncturist, met de bedoeling om in 2014 volledig operationeel te zijn. In geschil is of in 2011 en 2012 sprake is van een bron van inkomen. In die jaren heeft X namelijk forse kosten gemaakt.

Hof Amsterdam (MK III, 27 juli 2017, 17/00043 en 17/00044, V-N 2017/55.1.1) oordeelt dat geen sprake is van een bron van inkomen. Volgens het hof zijn er namelijk onvoldoende objectieve aanwijzingen om vast te stellen dat X in 2011 of 2012 met zijn activiteiten redelijkerwijs voordeel kon verwachten. Het hof wijst hierbij met name op de gerealiseerde omzet in verhouding tot de gemaakte kosten. Het gelijk is aan de inspecteur.

De Hoge Raad oordeelt dat de middelen of klachten niet tot cassatie kunnen leiden (art. 81 Wet RO).

Lees ook het thema Fiscale aspecten vermogensetikettering

[Bron Uitspraak]

Wetsartikelen:

Wet inkomstenbelasting 2001 3.8

Informatiesoort: VN Vandaag

Rubriek: Inkomstenbelasting

Instantie: Hoge Raad

Editie: 14 september

1

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen