X woont in Duitsland en ontvangt in 2016 een ontslagvergoeding en een uitkering uit een levensloopregeling, waarop loonheffing is ingehouden. Na bezwaar is een verminderingsbeschikking genomen, waarbij de uitkeringen zijn vrijgesteld. Rechtbank Zeeland-West-Brabant vernietigt de navorderingsaanslag conform het uiteindelijke standpunt van de inspecteur. In hoger beroep stelt X recht te hebben op een rentevergoeding en een (immateriële) schadevergoeding. In het kader van een bilaterale Mutual Agreement Procedure (MAP) is het heffingsrecht over de uitkeringen inmiddels aan Nederland toegewezen.
Hof 's-Hertogenbosch oordeelt dat de initiële aanslag en de navorderingsaanslag achteraf gezien toch correct waren. De inkomensbestanddelen zijn dus noch in Nederland noch in Duitsland in de heffing betrokken. Niet kan worden gesteld dat X onterecht niet over het geld kon beschikken, zodat er geen reden is om de inspecteur te veroordelen tot het betalen van rente. Weliswaar is onzorgvuldig gehandeld bij het opleggen van de navorderingsaanslag, maar deze is al vernietigd en het is niet komen vast te staan dat de inspecteur 'tegen beter weten in' (onrechtmatig) heeft gehandeld. In hoger beroep is de redelijke termijn overschreden, maar het financiële belang bij deze procedure is minder dan € 1000, zodat ook geen immateriële schadevergoeding kan worden toegekend.
Wetingang:
Algemene wet inzake rijksbelastingen artikel 26
Instantie: Hof 's-Hertogenbosch
Rubriek: Fiscaal bestuurs(proces)recht, Internationaal belastingrecht
Editie: 13 juli
Informatiesoort: VN Vandaag